Puberleven als een intense fase vol verandering, onzekerheid en zoeken naar identiteit, waarin gevoelens vaak groter zijn dan woorden.

Close-up van een pubergezicht weerspiegeld in zwart scherm, zachte lichtval en een kort besefmoment.

Een blik in mijn puberleven

Ik word wakker in een kamer die ruikt naar chips, oud zweet en kabels die ’s nachts kweken alsof ze de macht willen grijpen. Mijn dekbed is een bunker, mijn geheime basis tegen ouders, school en de rest van de planeet die samenzweren om mij uit bed te sleuren. Ik ben een spook dat zich verstopt voor de vijand, een ninja met een warrig hoofd en een outfit die zo soepel lubbert dat ik erin verdwijn. De zon probeert binnen te breken, maar ik blijf nacht, offline, geen update gepland. Het licht kruipt toch mijn kamer binnen en fluistert dat ik moet opstaan, terwijl ik denk dat veel slapen mijn levensverzekering is. Op mijn nachtkastje trilt mijn telefoon als een junk die aandacht eist: meldingen, likes, DM’s, een rave in mijn hoofd nog voor ik een gedachte heb. Ouders, school, politiek, algoritmes, allemaal schurken. Heel even ben ik de held van mijn eigen universum, tot ik zweet onder mijn dekbed en besef dat mijn kamer regeren al hard genoeg is. Ik speel keizer en klojo tegelijk en doe alsof niemand ziet dat ik eigenlijk niet goed weet hoe.

Mijn dag zonder bestemming

Ik strompel naar de keuken als een zombie met wifi-storing en doe alsof de vloer mij vasthoudt met onzichtbare lijm. Ontbijt wordt een broodje chips met cola, want gezondheid staat op vakantie en mijn maag viert feest bij elke slechte keuze. In mijn hoofd voer ik rechtszaken tegen mijn ouders voor alles wat vervelend is en win ik elke keer, ook al hangt mijn lichaam slap over een kruk. De klok weigert vooruit te gaan en lacht me uit terwijl ik scroll, eet en weer scroll, een duimhamster zonder eindstop. Plannen zijn voor mensen met agenda’s en PowerPoints als huisdieren en ik roep dat ik in het nu leef, terwijl ik vastzit in mini kicks die elke dag hetzelfde zijn. Huiswerk rot verder dan een broodtrommel onder een bed, mijn motivatie slaapt verder dan ik ooit zal rennen en morgen klinkt als Disneyland, maar dan met suikerspin van uitstelgedrag. Vandaag bouw ik mijn troon van nietsdoen en kroon ik mezelf tot kampioen in lanterfanten met gratis wifi.

Mijn kamer als universum

Mijn kamer is geen kamer maar de hoofdstad van mijn universum, waar kleren continenten vormen op de vloer en alleen ik de grenzen ken. Boeken zijn monumenten vol stof, heilig verklaard omdat niemand ze durft te openen en mijn bureau is tegelijk snackbar, vuilnisbelt, kapstok en lanceerplatform voor mislukkingen. Opladers raken in de knoop omdat ze ’s nachts een geheime kabelsekte vormen die mijn geduld wil opeten. Mijn bed is tegelijk troonzaal en zwart gat dat tijd, huiswerk en elke goede bedoeling opslokt en me uren later wakker laat worden in een parallelle wereld. Mijn bureaustoel draagt de kleren die ik niet draag en zucht dat hij stikgevaar loopt, maar hij blijft loyaal als een hond die nooit buiten mag. In dit rijk zijn sokken ministers, chips de valuta en chaos de nationale traditie. Ik ben de keizer die alles wil regelen maar vooral heel goed is in alles laten vallen, omdat niemand anders deze taal van puberen en overleven spreekt.

 

Persoon ligt op een bed in een rommelige slaapkoamer

Groot in mijn hoofd, klein in het echt

In mijn hoofd ben ik een échte leider: ik zie mezelf op tv, spotlights recht in mijn gezicht, miljoenen mensen die stilvallen omdat mijn woorden inslaan als molotovcocktails. Ouders, leraren, politici, allemaal nok-out terwijl ik glimlach en denk: jullie zagen me nooit aankomen. In het echt staar ik naar een boterham zonder beleg en besluit ik dat honger ook een levensstijl is. Mijn revolutie sterft zachtjes op het aanrecht. In mijn hoofd schop ik tafels om, hack ik algoritmes met mijn tanden en organiseer ik een opstand verpakt in memes. In real life open ik een koelkast met alleen augurken en een heldhaftig restje yoghurt dat ruikt alsof het zijn eigen afscheid heeft geschreven. Urenlang herschrijf ik geschiedenis in mijn hoofd, tot ik spreek en het niks episch wordt, een zucht als een lekke ballon en confetti van teleurstelling.

Absurditeit als dagelijkse sport

Voor sommigen is sport lopen of ballen najagen. Voor mij is absurditeit topsport. Mijn kamer is het stadion waar ik record na record neerzet. Als ik de afstandsbediening weet te grijpen zonder mijn dekbed te verlaten, win ik goud op de Olympische Spelen van luiheid. Ik hoor het Wilhelmus boven mijn dekbed en zie vuurwerk in het donker van mijn plafond. Als ik drie keer mijn adem inhoud voor de klok tikt, heb ik superkrachten te pakken. In werkelijkheid val ik half flauw, maar dat telt niet mee. Wanneer mijn moeder roept en ik precies vijf seconden later reageer, versla ik de kosmos. Elk stofpluis wordt een eindbaas, elk kruimeltje een tegenstander, elke melding een nieuw level. Ik ben wereldkampioen niet-opstaan, recordhouder chips eten zonder knoeien en kandidaat voor de Nobelprijs uitstelgedrag. Absurditeit is mijn fitness, mijn marathon, mijn crossfit. Ik ben topatleet van chaos, koning in koppigheid, vanzelfsprekend degene die altijd gelijk heeft. De rest snapt het niet en zal het nooit snappen.

Ouders als achtergrondruis

Mijn ouders bestaan vooral uit vaak storend achtergrondruis. De trap kraakt als een boomer die zijn eigen mop herhaalt, hun stemmen klinken als sirenes: “ruim je kamer op, huiswerk, groente.” Beneden voeren ze eindeloze discussies over rekeningen en wie de vuilnis doet. Het lijkt een talkshow zonder publiek. Ik lig boven als figurant in hun serie, popcorn in mijn hoofd. In mijn gedachten red ik de mensheid terwijl beneden twee aliens over thermostaten praten alsof ze het universum bezitten. Zij doen alsof ze het leven snappen, toch zie ik gewoon twee grote kinderen die hun speelgoed kwijt zijn. Ik heb ze nodig voor één ding: wifi. Zonder wachtwoord ben ik een eiland zonder brug. Ze zijn dus tegelijk vijand en zuurstoffles. Hun adviezen plakken als kauwgom onder een schooltafel, oud en onmogelijk te verwijderen. Ik rol mijn ogen en doe alsof ik niet luister, terwijl ik kleine rebellies plan: vijf seconden te laat reageren, afstandsbediening laten slingeren, micro-oorlogen winnen die zij niet eens zien. Zij regeren met agenda’s, ik regeer met chaos, fantasie en koppigheid. Mijn universum knalt duizend keer harder dan hun leven in de keuken.

Jongerencoaching serieus

Mijn enige prettige stoorzender en mattie is Mike. Die gast liep een tijdje bij een coach. Iets met jongerencoaching. Voor mij klinkt dat als spacy abracadabra. Tocht is Mike nog steeds dezelfde dude, alleen ineens buitenaards efficiënt: hij maakt huiswerk, hij sport, hij ziet zijn ouders als mensen waarmee je kunt chillen. Ik kijk naar hem alsof ik naar een vreemde planeet staar waar huiswerk normaal is en ouders niet zeuren maar praten. Hij stuurde me een link met: “Check dit, bro.” Misschien moet ik ooit durven nadenken of ik dan ook eens Spartacus kan worden, de versie die niet op de bank blijft plakken. Eerst nog even levelen met mijn chaos.

Het lustleven van mij als puber

Zo sleept een dag zich voort: wakker worden, eten vinden, scrollen tot mijn ogen blauw licht huilen, mezelf wijs maken dat ik speciaal ben, wegzakken in verveling, schuldgevoel wegklikken, doen alsof ik tegendraads ben, crashen en terug in slaap vallen. Mijn leven draait als een eindeloze GIF die niemand pauzeert, een lus waarin ik de hoofdrol speel en toch gevangene blijf. Tussen de chipskruimels die mijn bed in een woestijn veranderen en het blauwlicht dat mijn ogen verbrandt, voel ik soms één seconde die alles openbreekt. Een flits die niet uit suiker of wifi komt maar uit iets dat trilt in mijn borst. Volwassenen noemen dat leven. Zij met hun lauwe koffie, hypotheken en schoonmaaklijstjes. Ik noem het puber zijn. Half Spartacus, half bankhanger, keizer van uitstel, grootmacht van chaos. Mijn kamer is geen rommel, het is de hoofdstad van mijn universum. Mijn bureau is het parlementsgebouw, mijn bed de troonzaal, opladers zijn de zenuwbanen van mijn rijk. Ik ben vorst met chips als valuta en sarcasme als wet. Geen volwassene die het begrijpt, wat meteen mijn overwinning is. Laat hen vergaderen alsof ze het universum kennen. Mijn universum ligt in kruimels en kabels, en juist daar ben ik onaantastbaar. Als ik ooit écht Spartacus word, zullen ze te laat begrijpen dat het begon in een bed dat zwarte gaten speelt, in een kamer waar chips regeren en in een hoofd dat weigert zich te gedragen. Dat is mijn lustleven: rook, chaos, vonken en waanzin die samen leven vormen. Ik ben Spartacus van mijn eigen rijk, met matties naast me en volwassenen die nooit zullen snappen hoe hard dit universum knalt.

Kennismaken voel je vrij

Coaching begint niet met grote woorden of oplossingen. Het begint met praten en met echt gehoord worden. Ik ben Freek, coach en psycholoog, met 30 jaar ervaring in wat mensen bezighoudt wanneer richting vervaagt of houvast even zoek raakt. We spreken elkaar in mijn praktijk in Drachten, of online wanneer dat beter aansluit bij jouw leven. Altijd rustig, zonder druk en zonder verplichtingen. Als je voelt dat dit het moment is om het gesprek aan te gaan, kun je een bericht achterlaten en plannen we een gratis kennismakingsgesprek. Je hoeft niets voor te bereiden of te bewijzen. Het enige wat nodig is, is de ruimte die je jezelf gunt. Onderaan deze pagina vind je het formulier om een afspraak aan te vragen. Je vult het in op jouw tempo, ik reageer binnen 24 uur.

 

NieuwsBlik slotfoto – Spreek met Freek deelt 40 jaar ervaring in coaching, met een unieke kijk op psyche, leven, werk en maatschappij. Online in Nederland en op locatie in Drachten.