
Een blik in mijn puberleven
Ik word wakker in een kamer die ruikt naar chips, oud zweet en kabels die ’s nachts blijkbaar kweken alsof ze de macht willen grijpen. Mijn dekbed is mijn bunker, geheime basis tegen ouders, school en de rest van de planeet die samenzweren om mij uit bed te trekken. Mijn haar staat alsof het zonder mij op stap is geweest en ergens onder een berg kleren ligt waarschijnlijk de broek die ik vandaag aan wilde. De zon probeert binnen te breken. Kansloos. Gordijn dicht. Ik blijf nacht, offline, geen update gepland. Op mijn nachtkastje trilt mijn telefoon als een junk die aandacht eist: meldingen, likes, DM’s, filmpjes, een complete rave in mijn hoofd nog voor ik zelf één normale gedachte heb gehad.
Beneden roept mijn moeder dat ik nú moet opstaan. Ik roep “Jaaa”, wat in pubertaal betekent: ik heb je gehoord en ben absoluut niet van plan daar de komende tien minuten iets mee te doen. Nog één filmpje, nog even liggen, nog één keer omdraaien. Dan kijk ik op de klok en blijkt tijd ineens doping te gebruiken. Vijf minuten geleden had ik nog zeeën van tijd, nu moet ik binnen acht minuten aankleden, tanden poetsen, mijn tas vinden en enigszins levend beneden verschijnen. Ik trek iets aan dat niet zichtbaar vies is, vind één sok en besluit dat twee verschillende ook gewoon mode kunnen zijn. Heel even ben ik keizer van mijn eigen universum, tot ik tien minuten naar mijn oortjes zoek terwijl ze in mijn oren zitten. Keizer en klojo tegelijk. Niemand hoeft te weten hoe dun die grens soms is.
Mijn dag zonder bestemming
Ik strompel naar de keuken als een zombie met wifi-storing en doe alsof de vloer me met onzichtbare lijm vasthoudt. Mijn moeder zegt iets over ontbijt. Ik hoor vooral geluid. Er ligt brood, fruit en allemaal spullen waarvan volwassenen vinden dat je daar een goede dag van krijgt, dus ik pak iets waar suiker in zit en kijk of er nog chips zijn. Mijn vader vraagt of mijn huiswerk af is. “Bijna”, zeg ik. Geniaal woord. Bijna kan betekenen dat ik alleen nog één vraag moet maken, maar ook dat ik geen idee heb waar mijn boek ligt. In mijn hoofd voer ik ondertussen rechtszaken tegen mijn ouders voor alles wat vervelend is en win ik ze allemaal. In het echt hang ik slap over een kruk en hoop ik vooral dat niemand doorvraagt.
Op school doe ik de rest van de dag alsof ik ongeveer weet wat er gebeurt. Een leraar praat, ik knik. Hij stelt ineens een vraag en precies op dat moment blijkt mijn schrift buitengewoon interessant. Telefoon onder tafel, telefoon weer weg omdat iemand mijn naam zegt, pauze, scrollen, les, nog even kijken. In de groepsapp stuurt iemand één dom plaatje en twee minuten later reageren 48 mensen alsof de NAVO bijeen is geroepen. Huiswerk ligt thuis verder te rotten dan die broodtrommel die sinds dinsdag onder mijn bed woont. Ik ga er vanavond echt aan beginnen. Alleen eerst chillen, dan één filmpje, dan reageren, dan eten. Voor ik het weet is het 22.43 uur en ziet morgen er alweer fantastisch uit. Morgen is Disneyland met suikerspin van uitstelgedrag. Morgen kan alles. Morgen is echt een topgozer.
Mijn kamer als universum
Mijn kamer is geen kamer maar de hoofdstad van mijn universum. Kleren vormen continenten op de vloer en ik weet precies wat schoon, vies of nog-één-keer-kan is. Nou ja, meestal. Mijn bureau heeft vier banen tegelijk: bureau, snackbar, vuilnisbelt en museum voor schoolboeken die dit jaar misschien nog een keer open gaan. Opladers raken vanzelf in de knoop omdat ze ’s nachts een geheime kabelsekte vormen die mijn geduld wil opeten. Ik leg één kabel netjes neer en de volgende ochtend heeft dat ding met drie andere kabels een gezin gesticht. Mijn bureaustoel draagt de kleren die ik niet draag en zucht dat hij stikgevaar loopt. Af en toe zie ik nog een stukje rugleuning en denk ik: hé, daar ben je.
Mijn bed is tegelijk troonzaal en zwart gat. Het slokt tijd, huiswerk en iedere goede bedoeling op en spuugt me uren later weer uit in een parallelle wereld waarin het ineens donker is. Ik slaap er, eet er, scroll er, game er, denk er veel te diep na over dingen waar ik vijf minuten later geen zin meer in heb en maak er heel soms huiswerk wanneer de situatie levensbedreigend wordt. Mijn ouders noemen mijn kamer een puinhoop. Ik noem het een systeem dat alleen ik begrijp. Dat klopt trouwens niet helemaal, want ik ben zelf minstens drie keer per dag iets kwijt. Toch blijf ik hier regeren met sokken als ministers, chips als valuta en chaos als nationale traditie. Zolang niemand controleert of de regering nog functioneert, gaat het uitstekend.

Groot in mijn hoofd klein in het echt
In mijn hoofd ben ik een echte leider. Ik zie mezelf op een podium, spotlights recht in mijn gezicht, iedereen stil omdat ik eindelijk precies zeg wat ik al drie dagen te laat heb bedacht. Ouders, leraren, politici, irritante klasgenoten: allemaal knock-out terwijl ik glimlach en denk dat ze me nooit zagen aankomen. Ik win discussies die in werkelijkheid allang voorbij zijn en bedenk ’s avonds in bed antwoorden waarmee ik iemand totaal had kunnen slopen. Jammer dat ik er op het echte moment alleen “ja weet ik ook niet” uit kreeg. In mijn hoofd schop ik tafels om, hack ik algoritmes met mijn tanden en organiseer ik een revolutie verpakt in memes. Daar ben ik Spartacus met wifi. Niemand houdt mij tegen.
In het echt kan mijn revolutie al overlijden bij een boterham zonder beleg. Ik trek de koelkast open en tref alleen augurken en een heldhaftig restje yoghurt dat ruikt alsof het zijn eigen afscheid heeft geschreven. De koelkast gaat dicht. Twee minuten later open ik hem opnieuw, want misschien is er ondertussen pizza geboren. Ik zeg dat cijfers me niks interesseren en ben daarna de hele avond chagrijnig over een onvoldoende. Ik roep dat het me totaal niet boeit wat mensen vinden en trek drie hoodies aan om uiteindelijk degene te kiezen die het meest lijkt alsof ik er nul seconden over heb nagedacht. Mijn revolutie sterft regelmatig zachtjes op het aanrecht. Spartacus blijkt thuis soms gewoon een jongen die zijn moeder vraagt waar zijn zwarte broek ligt.
Absurditeit als dagelijkse sport
Voor sommigen is sport rennen, voetballen of vrijwillig naar een sportschool gaan. Voor mij is absurditeit topsport. Als ik de afstandsbediening met mijn voet van de grond weet te hengelen zonder onder mijn dekbed vandaan te komen, win ik goud op de Olympische Spelen van luiheid. Ik hoor bijna het Wilhelmus boven mijn bed. Als mijn wekker om 07.15 uur gaat en school om 08.30 begint, weet ik om 08.07 nog steeds zeker dat ik “echt genoeg tijd” heb. Dat is geen mening, dat is puberwiskunde. Ik ben wereldkampioen niet-opstaan, recordhouder chips eten zonder knoeien en kandidaat voor de Nobelprijs uitstelgedrag. Die prijsuitreiking is trouwens uitgesteld. Past beter bij de categorie.
Ik kan twintig minuten besteden aan iets vermijden dat tien minuten duurt. Huiswerk? Eerst muziek zoeken. Bureau opruimen? Dan vind ik iets terug dat ik drie maanden kwijt was en moet ik daar natuurlijk eerst naar kijken. Kamer stofzuigen? Eerst even op bed zitten om te bedenken waar ik ga beginnen. Voor ik het weet is een halve middag verdwenen en heb ik precies één leeg glas naar beneden gebracht. Toch voelt dat verrassend productief. Elke melding is een nieuw level, ieder stofpluis een eindbaas en iedere opdracht iets wat morgen beter kan dan vandaag. Ik bouw mijn troon van nietsdoen en kroon mezelf tot kampioen lanterfanten met gratis wifi. De rest noemt dat chaos. Ik noem het efficiënt omgaan met lage motivatie.
Ouders als achtergrondruis
Mijn ouders bestaan vooral uit achtergrondruis met benen. “Ruim je kamer op.” “Heb je huiswerk?” “Leg die telefoon eens weg.” “Hoe was school?” School was goed. Altijd goed. Zelfs als ik een onvoldoende kreeg, ruzie had, bijna uit de les werd gestuurd en iemand die ik leuk vind ineens met iemand anders stond te praten: goed. Dat ene woord voorkomt een complete parlementaire enquête aan de keukentafel. Beneden praten ze over rekeningen, boodschappen, vuilnis en de thermostaat alsof daar ooit iemand een spannende serie van gaat maken. Ik lig boven als figurant in hun programma en rol met mijn ogen alsof ik de enige in huis ben die doorheeft hoe absurd het volwassen leven eigenlijk is.
Ze zijn natuurlijk ook verantwoordelijk voor wifi, eten, vervoer, schone handdoeken en het mysterieuze verschijnsel dat mijn favoriete shirt uiteindelijk vanzelf weer gewassen in de kast ligt. Dus ja, vijand en zuurstoffles tegelijk. Ik wil vooral dat ze me met rust laten, maar als ze me écht een hele avond met rust laten loop ik uiteindelijk toch naar beneden om te vragen of er nog iets te eten is. Niet omdat ik gezelschap zoek natuurlijk. Gewoon honger. Hun adviezen plakken soms als kauwgom onder een schooltafel: oud, irritant en onmogelijk helemaal weg te krijgen. Het ergste is dat ik af en toe luister. Dan gebruik ik drie weken later precies dezelfde zin tegen een vriend alsof ik hem persoonlijk heb uitgevonden. Dat soort informatie hou ik thuis liever geheim. Ouders worden anders veel te zelfverzekerd.
Jongerencoaching serieus
Mijn enige prettige stoorzender en mattie is Mike. Die gast liep een tijdje bij iemand voor jongerencoaching. Toen hij dat vertelde dacht ik eerst dat hij volledig de verkeerde afslag had genomen. Coaching klinkt voor mij als mensen die je doelen laten opschrijven en daarna vrijwillig water met komkommer drinken. Alleen is Mike nog steeds dezelfde dude. Hij maakt nog steeds foute grappen, gamet te lang en zijn kamer gaat ook echt geen prijs winnen. Dat is precies het irritante: hij is niet veranderd in een brave folder met schoenen. Hij is nog gewoon Mike, alleen lijkt zijn leven minder vaak met losse onderdelen over de vloer te liggen. Daar word ik dus meteen een beetje achterdochtig van.
Hij komt tegenwoordig meestal op tijd, haalt ineens voldoendes voor vakken waar hij eerst standaard op onderuit ging en had laatst ruzie met zijn moeder zonder drie dagen met deuren te gooien. Hij zei gewoon dat hij even rust nodig had. Heel verdacht. Nog erger: het werkte. Hij sport weer, hangt minder vaak compleet leeg op de bank en lijkt niet meer iedere ochtend persoonlijk beledigd dat er opnieuw een dag begonnen is. Hij stuurde me die link met alleen: “Check dit ff.” Ik antwoordde natuurlijk dat ik daar echt niet aan ga beginnen. Vervolgens heb ik de link niet verwijderd. Dat hoeft verder niemand te weten. Sommige revoluties beginnen blijkbaar met laf genoeg zijn om iets tóch niet weg te gooien.
Mijn rijk krijgt een barst
Zo sleept mijn dag zich nog steeds voort: wakker worden, eten vinden, scrollen tot mijn ogen blauw licht huilen, school overleven, mezelf wijs maken dat ik speciaal ben, schuldgevoel wegklikken, doen alsof ik tegendraads ben en ’s avonds ontdekken dat morgen opnieuw alles voor mij mag oplossen. Mijn leven draait soms als een eindeloze GIF die niemand pauzeert, een lus waarin ik de hoofdrol speel en tegelijk gevangene ben. Tussen chipskruimels, kabels en dat blauwe licht voel ik soms één seconde iets wat niet uit suiker of wifi komt maar gewoon ergens in mijn borst zit te kloppen. Volwassenen noemen dat waarschijnlijk leven. Ik noem het voorlopig puber zijn. Half Spartacus, half bankhanger en nog altijd grootmacht van chaos.
Alleen zit Mike nu ergens irritant tussen mijn gedachten. Niet omdat hij perfect is, maar juist omdat hij dat niet is. Als hij ineens om zes uur opstond, havermout at en enthousiast over zijn planning begon, kon ik hem gewoon afschrijven als verloren zaak. Maar hij lacht nog steeds om dezelfde onzin en lijkt tegelijk minder vaak oorlog te voeren met zijn eigen leven. Gisteravond heb ik daarom die link geopend. Alleen gekeken. Rustig aan, ik heb me nergens voor aangemeld. Na twintig seconden heb ik hem weer dichtgedrukt omdat je dit soort dingen natuurlijk niet meteen uit de hand moet laten lopen. Vijf minuten later keek ik nog een keer. Er stond iets over dat je niet eerst totaal vast hoeft te lopen voordat je met iemand praat. Irritant zinnetje. Bleef hangen.
Misschien ligt het dus niet volledig aan school, mijn ouders, algoritmes, maandagen, mensen die ’s morgens vrolijk zijn en de complete volwassen beschaving. Ik zeg misschien. Niet meteen hysterisch worden. Mijn kamer is nog steeds mijn rijk, mijn bed de troonzaal, mijn opladers runnen ’s nachts hun kabelsekte en ik blijf voorlopig Spartacus met sarcasme als wet. Alleen staat ergens tussen alle rook, chaos, vonken en waanzin nu een deur op een kier waar ik zelf nog geen bordje voor heb bedacht. Geen idee wat erachter zit en ik ben echt niet van plan daar ineens enthousiast doorheen te huppelen. Waarschijnlijk hang ik er morgen gewoon NIET STOREN op en ga ik weer liggen. Maar ik heb hem nog niet dichtgegooid. Voor vandaag vind ik dat eigenlijk al behoorlijk revolutionair.
Kennismaken zonder wachtlijst
Als je na deze NieuwsBlog denkt dat jouw leven soms ook één grote mix is van school, ouders, vrienden, telefoon, gedoe in je hoofd en dingen waarvan je zelf niet eens precies weet waarom ze je zo raken, hoef je daar geen keurig verhaal van te maken. Je hoeft ook niet eerst compleet vast te lopen voordat je met iemand praat. Ik ben Freek, coach en psycholoog uit Drachten, en al ruim 30 jaar praat ik met mensen over wat er in hun leven speelt. Bij jongeren betekent dat vooral dat ik niet meteen vertel wat jij anders moet doen. Eerst wil ik weten hoe jouw wereld eruitziet, wat je irritant vindt, waar je tegenaan loopt, wat anderen volgens jou totaal niet begrijpen en waar je misschien zelf ook nog geen antwoord op hebt. Geen etiket, geen schoolgesprek en geen volwassene die na drie minuten zegt dat je gewoon wat eerder naar bed moet. Ik luister, vraag door en zeg ook eerlijk wat mij opvalt.
Kennismaken begint met een gratis en vrijblijvend gesprek van 60 minuten, in mijn praktijk aan huis in Drachten of online als dat beter past. Vooraf vul je een digitaal kennismakingsformulier in over wat er speelt en wat voor jou belangrijk is. Dat hoeft niet netjes of perfect geformuleerd te zijn; ik lees het vooraf zodat we niet eerst een half uur hoeven uit te zoeken waarom je eigenlijk gekomen bent. Tijdens het gesprek merk je vanzelf of mijn manier van praten, luisteren en doorvragen bij je past. Past wat er bij jou speelt beter bij iemand anders, dan zeg ik dat ook gewoon. Heb je vooraf een korte vraag, dan kun je me via de WhatsApp-knop bereiken. Vul hieronder je gegevens in en geef aan wanneer je wilt afspreken. Binnen 24 uur neem ik zelf contact met je op en plannen we een afspraak, overdag of ’s avonds en altijd binnen 2 weken.


