
Langs elkaar heen leven in je relatie gebeurt meestal niet door één grote ruzie. De afstand groeit stiller: gesprekken worden praktisch, aanrakingen verdwijnen naar de achtergrond en ondertussen blijft het dagelijks leven keurig doordraaien. Ook Johan en Marieke merkten pas laat hoe ver ze van elkaar verwijderd waren geraakt. Hoe dat gebeurde en wat er nodig was om elkaar weer werkelijk te zien, vertellen zij zelf.
Aan de buitenkant liep alles
Aan de buitenkant leken wij een stel dat het goed voor elkaar had. We waren ruim achttien jaar samen, getrouwd en ouders van drie kinderen van tien, dertien en vijftien jaar. We hadden allebei werk, een fijn huis en een gezin waarin altijd wel iemand naar sport, school, vrienden of een ouderavond moest. Op verjaardagen zaten we naast elkaar en als iemand vroeg hoe het ging, zeiden we allebei dat alles prima liep. Dat was ook niet helemaal gelogen. Alles líép. Alleen wij steeds minder naar elkaar toe.
We zijn allebei opgegroeid in een nuchter Drents middenstandsgezin. Hard werken, verantwoordelijkheid nemen en niet bij ieder ongemak de noodklok luiden, hoorden gewoon bij het leven. Problemen loste je zelf op en wat thuis speelde, hoefde niet meteen buiten aan de waslijn. Die houding heeft ons veel gebracht. We konden aanpakken, volhouden en doorgaan wanneer het tegenzat. Alleen hadden we nooit geleerd wat je doet wanneer volhouden zelf het probleem begint te worden.
Ons huwelijk stortte niet plotseling in. Er was geen grote affaire en ook geen dramatische ruzie waarna iemand met een koffer de straat uit liep. We raakten elkaar stiller kwijt. Tussen het werk, de kinderen, de boodschappen en alles wat nog even moest gebeuren, verdween het gesprek over ons. We misten elkaar wel, maar wie dat hardop zei, voelde zich al snel degene die moeilijk deed of alles groter maakte dan nodig was. Zo werden we steeds beter in het organiseren van een leven waarin we elkaar nauwelijks nog werkelijk tegenkwamen.
We kwamen thuis maar niet bij elkaar
Overdag stonden we allebei voortdurend aan. Ons werk vroeg aandacht, schakelen en verantwoordelijkheid, en thuis wachtte een gezin met drie kinderen die ieder hun eigen planning, vragen en buien meenamen. We hielden van ons werk en van ons gezin, maar aan het einde van de dag was er weinig ruimte over om nog werkelijk bij elkaar aan te komen. Nog voor we goed en wel thuis waren, ging de ouderapp af, moest iemand naar sport, lag er een vraag over huiswerk en piepte er alweer een telefoon alsof ook die vond dat het gezin zonder onmiddellijke actie zou instorten. We waren thuis, maar met ons hoofd nog overal behalve bij elkaar.
Johan verwoordde het later zo: “Als werkvoorbereider in de bouw schakel ik dagelijks tussen planningen die verschuiven, tekeningen die veranderen en mensen voor wie hun probleem uiteraard het belangrijkste van de hele bouwplaats is. In die periode liep mijn werk bijna iedere avond met mij mee naar binnen. Soms was één telefoontje tijdens het eten genoeg om mij de rest van de avond weer terug te trekken in wat er op het werk speelde. Wanneer Marieke iets wilde bespreken, hoorde ik niet altijd haar gemis. Ik voelde vooral dat er opnieuw iets van mij werd gevraagd en zocht stilte, omdat ik oprecht dacht dat rust het beste was wat ik nog kon geven.”
Marieke beleefde die avonden anders: “Ik geef les aan een onderbouwgroep en had de hele dag geluisterd, gerustgesteld, uitgelegd en aangevoeld wat kinderen nodig hadden. Thuis verlangde ik niet naar nóg een taak, maar naar een volwassen gesprek en iemand die vroeg hoe het werkelijk met mij ging. Hoe stiller Johan werd, hoe sterker ik contact probeerde te maken. Hoe meer ik vroeg, hoe verder hij zich terugtrok. Zo zaten we vaak nog geen meter van elkaar vandaan, ieder met een smartphone binnen handbereik, terwijl we allebei dachten dat de ander niet zag hoeveel wij droegen en hoe alleen we ons daarin begonnen te voelen.”
We werden de directie van ons gezin
Ons gezin draaide iedere avond door, ook wanneer wij zelf eigenlijk al op waren. Tijdens het eten lag de telefoon van onze oudste zoon naast zijn bord, onze dochter herinnerde zich ineens dat ze de volgende ochtend iets voor school nodig had en de jongste wist opnieuw niet waar zijn voetbalschoenen waren. Terwijl wij probeerden te vragen hoe hun dag was geweest, kwamen meldingen binnen, werd er half geluisterd en ontstond er discussie over schermtijd. Nog vóór de borden van tafel waren, overlegden we wie er naar sport reed, wie de boodschappen deed en wie die ene mail naar school nog zou beantwoorden. We zaten samen aan tafel, maar voerden vooral de dagelijkse bestuursvergadering van een gezin dat nooit leek te sluiten.
Juist wanneer we moe waren, begonnen onze verschillen in opvoeding meer te schuren. Johan hield van duidelijke afspraken en vond dat een grens haar betekenis verloor wanneer ze iedere avond opnieuw moest worden uitonderhandeld. Marieke wilde eerst begrijpen wat er achter het gedrag van een kind zat en merkte dat streng optreden niet altijd hielp. Wat voor Johan helderheid was, kon voor Marieke hard binnenkomen. Wat zij als begrip bedoelde, voelde voor hem soms als een vergadering die doorging terwijl iedereen het besluit al kende. Zo ging een discussie over schermtijd, huiswerk of thuiskomen steeds minder over de kinderen en steeds vaker over wat wij in elkaar begonnen af te keuren. De vermoeidheid maakte onze woorden korter en ons geduld nog korter.
Langzaam werden we vooral ouders, regelaars en probleemoplossers. We konden precies vertellen welke toets eraan kwam, wie ruzie had met wie en waar zaterdag de sporttas moest staan, terwijl we nauwelijks nog vroegen hoe het met óns ging. Wanneer de kinderen eindelijk op bed lagen of ieder achter hun eigen scherm verdwenen, zakten wij op de bank met een glas wijn, iets kouds uit de koelkast en nog één aflevering die er vaak drie werden. We zaten soms met onze benen tegen elkaar aan, maar de genegenheid die daar vroeger vanzelf bij hoorde, was steeds verder uit beeld geraakt. Seks verdween niet helemaal, alleen begon het te voelen als een verplicht kwartaalnummer dat ergens tussen de gezinsplanning door nog afgewerkt moest worden. De gezins-BV draaide overuren, terwijl wij als geliefden steeds minder op de agenda stonden.
Toen de stilte niet meer rustig voelde
Het kantelpunt kwam op een zaterdagavond waarop alle drie de kinderen onverwacht ergens anders waren. Onze oudste bleef bij een vriend slapen, onze dochter had een feestje en de jongste logeerde bij opa en oma. Opeens hadden we het huis voor onszelf, iets waar we normaal weken naar konden verlangen. We bestelden eten, schonken een glas wijn in en gingen op de bank zitten zonder sporttas, ouderapp of iemand die nog snel iets nodig had. Toch voelde de rust niet als vrijheid. Johan opende gedachteloos zijn telefoon en Marieke scrolde langs foto’s van stellen die samen uit eten waren of een weekend weg leken te zijn. De televisie vroeg of we nog altijd keken. Wij wisten niet goed of dat alleen over de serie ging.
Vroeger vulden we zo’n avond vanzelf. We praatten, luisterden naar muziek of bleven veel te lang aan tafel zitten. Nu zochten we allebei een scherm op, omdat de stilte tussen ons ongemakkelijker voelde dan de drukte die er normaal overheen lag. De kinderen zouden steeds zelfstandiger worden en ooit hun eigen leven leiden. Wat bleef er dan van ons over? Die vraag hing tussen ons in, al spraken we haar niet uit. We voelden allebei dat er iets gezegd moest worden, maar niemand wist hoe te beginnen zonder dat alles wat al zo lang was blijven liggen tegelijk over ons heen zou komen. Daarom vroeg Johan of we nog een aflevering wilden kijken. Marieke zei dat het haar niet uitmaakte, terwijl juist dát haar pijn deed.
Later lagen we naast elkaar in bed, allebei wakker en allebei stil. Er was geen ruzie geweest en niemand had iets onvergeeflijks gedaan, maar voor het eerst voelden we hoe ver we uit elkaar waren geraakt. De volgende ochtend keek Marieke over haar koffie heen en zei: “Ik mis ons. Ik mis dat we nog ergens samen bestaan zonder dat er iets geregeld moet worden.” Johan haalde adem om uit te leggen hoe moe hij was en hoeveel hij voor het gezin deed, maar liet de woorden weer zakken. Na een lange stilte zei hij: “Ik mis jou ook. Ik weet alleen niet meer hoe ik bij je moet komen.” Daarmee was niets opgelost, maar het was wel de eerste keer in lange tijd dat we niet over de kinderen, het werk of de planning spraken. We hadden eindelijk gezegd waar het werkelijk om ging.

We zochten allebei in stilte
De dagen na dat gesprek gingen gewoon verder. De kinderen moesten naar school, er lag werk en op woensdagavond stond er alweer iemand langs een sportveld in de regen. We hadden eindelijk gezegd dat we elkaar misten, maar daarmee wisten we nog niet hoe we verder moesten. Geen van ons durfde het woord relatietherapie als eerste uit te spreken. Marieke wilde dat Johan er zelf over begon, terwijl Johan bang was dat hulp zoeken betekende dat ons huwelijk ernstiger beschadigd was dan hij wilde toegeven. We wilden allebei bewegen, maar deden dat nog ieder op onze eigen helft van de stilte. De afwachtstand was niet verdwenen; ze was alleen even rechtop gaan zitten.
Op een avond bleef op onze laptop een pagina over relatietherapie in Drachten openstaan. Marieke had gezocht, gelezen, weggeklikt en was toch weer teruggegaan. Toen Johan later achter de laptop ging zitten, zei hij na een tijdje: “Ik heb deze week op mijn telefoon bijna hetzelfde gezocht.” We keken elkaar aan en moesten er bijna om lachen. Zelfs onze zoektocht naar hulp hadden we apart geregeld. Marieke vroeg: “Zullen we het dan nu samen doen?” Johan knikte. Het formulier invullen duurde nog geen vijf minuten, maar voor het eerst zetten we niet allebei een halve stap. We deden iets tegelijk.
Tijdens de kennismaking kwamen de bekende zinnen al snel op tafel. Marieke zei dat Johan verdween zodra zij hem nodig had. Johan zei dat ieder gesprek voelde alsof hij opnieuw tekortschoot. Freek liet even stilte vallen en vroeg aan Marieke: “Wat gebeurt er met jou wanneer Johan zich terugtrekt?” Ze keek naar hem. “Dan voel ik me niet meer gezien. Alsof ik nog wel naast hem zit, maar niet meer bij hem binnenkom.” Daarna vroeg Freek aan Johan: “En wat hoor jij wanneer Marieke zegt dat ze je mist?” Johan keek naar de tafel. “Dat ik het weer niet goed doe.” Freek zei: “Jullie proberen elkaar allebei te bereiken, maar komen uit bij hetzelfde gemis: ik word niet gezien, niet gehoord en niet gevoeld.” Johan keek op. “Ik dacht dat ik jou rust gaf.” Marieke schudde zacht haar hoofd. “Ik dacht dat jij van mij af wilde.” In dat kleine verschil viel voor het eerst iets open. Hulp zoeken voelde niet langer als toegeven dat we hadden gefaald, maar als besluiten dat we elkaar niet verder wilden kwijtraken.
Eerst ieder ons eigen verhaal
Na de kennismaking dachten we dat we voortaan samen aan tafel zouden zitten, maar Freek stelde voor om ons eerst ieder vijf keer afzonderlijk te spreken. Daar moesten we allebei even aan wennen. Marieke was bang dat Johan opnieuw een plek kreeg waar hij niets hoefde te zeggen en Johan vreesde dat er achter zijn rug een compleet dossier over hem zou ontstaan. Freek zei: “Jullie kennen elkaars verwijten inmiddels behoorlijk goed. Ik wil eerst horen wat ieder van jullie probeert te zeggen wanneer die verwijten het gesprek overnemen.” De gesprekken waren geen geheime omweg, maar een plek waar we ons eigen verhaal konden vertellen zonder dat de ander zich meteen hoefde te verdedigen.
Johan ontdekte dat hij liefde vooral had leren tonen door te werken, te regelen en problemen op te lossen. Zolang hij iets kon herstellen, plannen of betalen, voelde hij zich nuttig. Zodra Marieke vroeg wat er in hem omging, wist hij vaak niet waar hij moest beginnen. “Bij ons thuis werd niet lang over gevoelens gepraat,” zei hij tijdens een gesprek. “Je deed wat nodig was en ging daarna weer verder.” Marieke merkte intussen hoe vaak zij zich had aangepast tot haar teleurstelling zo groot was geworden dat één klein voorval de complete boekhouding van ons huwelijk op tafel bracht. Zij wilde niet blijven zeuren, maar had haar eigen behoeften zo lang ingeslikt dat ze pas sprak wanneer haar woorden al pijn deden.
Langzaam gingen we begrijpen dat we allebei iets anders probeerden te beschermen. Johan trok zich terug omdat hij bang was opnieuw tekort te schieten. Marieke bleef aandringen omdat stilte voor haar voelde alsof zij er alleen voor stond. Dat inzicht veranderde ons niet ineens in twee volledig verlichte relatiegoeroes die thuis ieder gesprek voorbeeldig afrondden. Er veranderde wel iets kleins. Johan leerde zeggen dat zijn hoofd vol zat en wanneer hij weer kon luisteren. Marieke hoefde dan niet meteen harder te trekken om hem te bereiken. Zo werden de individuele gesprekken geen afstand tussen ons, maar een voorbereiding op het moment waarop we opnieuw samen aan tafel konden zitten.
Terug aan dezelfde tafel
Na de individuele gesprekken vulden we allebei een uitgebreide partnerintake in. Dat voelde anders dan samen praten, omdat niemand halverwege kon onderbreken, aanvullen of zeggen dat het toch net iets anders was gegaan. We schreven ieder op wat we misten, waar we ons aan ergerden en wat we zelf deden wanneer de spanning opliep. Bij sommige antwoorden dachten we dat we mijlenver uit elkaar zouden liggen, maar juist daar kwam iets onverwachts naar boven. We verlangden allebei naar bijna hetzelfde: thuiskomen zonder meteen in een rol te stappen, eerlijk kunnen zeggen wat er speelde en voelen dat de ander niet al met zijn verdediging klaarstond voordat de eerste zin goed en wel was uitgesproken.
Toen we opnieuw samen aan tafel zaten, pakte Freek een avond terug waarop Johan na het eten zijn laptop had geopend. Marieke had gevraagd of dat nu echt nodig was. Johan had geantwoord dat iemand zijn verantwoordelijkheid moest nemen, waarna Marieke alleen nog “laat maar” had gezegd en naar boven was gegaan. Vroeger zouden we meteen opnieuw zijn begonnen over werkdruk, toonhoogte en wie de avond daarvoor de vaatwasser had uitgeruimd. Nu vroeg Freek ons om dat ene moment langzamer af te spelen. “Wat gebeurde er bij jou toen Johan die laptop openklapte?” Marieke keek naar haar handen. “Ik voelde dat zijn werk opnieuw belangrijker was dan ik.” Johan wilde reageren, maar hield zich in.
Freek vroeg wat Johan had gehoord toen Marieke zei dat het haar niets meer uitmaakte. “Dat ik het toch nooit goed kon doen,” zei hij. Voor het eerst zagen we hoe één laptop, één zucht en twee verschillende betekenissen genoeg waren om ons weer op afstand te zetten. Die middag losten we geen achttien jaar huwelijk op, maar we bleven wel bij dat ene moment zonder het dicht te smeren met uitleg, verwijt of stilte. Johan vertelde dat hij bang was de grip op zijn werk kwijt te raken. Marieke wilde niet dat hij minder verantwoordelijk werd; ze wilde voelen dat er thuis ook iets op hem wachtte wat belangrijk was. Johan schoof zijn stoel iets naar haar toe. “Dat ben jij ook,” zei hij, “alleen heb ik dat al lang niet meer laten merken.” Die zin kwam eindelijk aan.
Verdiepend SamenZijn begon thuis
Na de partnerintake begonnen we met de relatietraining Verdiepend SamenZijn. We kregen allebei een werkboek mee en spraken af dat we de opdrachten eerst afzonderlijk zouden invullen. Dat leek eenvoudig, totdat we thuis aan dezelfde tafel zaten en ontdekten hoe lang we bepaalde vragen al niet meer aan elkaar hadden gesteld. Waar verlang je naar in onze relatie? Wanneer voel je afstand? Wat wil je behouden, ook als het tussen ons schuurt? Johan schreef kort en bleef soms minutenlang naar een lege regel kijken. Marieke begon uitgebreid, kraste de helft weer door en vroeg zich af of zij niet opnieuw te veel woorden gebruikte. Toch kwamen we in onze antwoorden dichter bij elkaar uit dan we hadden verwacht.
Tijdens een van de opdrachten moesten we beschrijven wanneer we ons voor het laatst werkelijk samen hadden gevoeld. Geen van beiden koos een vakantie, jubileum of romantisch etentje. We schreven allebei over een avond jaren geleden waarop de stroom was uitgevallen. De kinderen waren nog klein, er brandden kaarsen op tafel en omdat televisie, wifi en telefoons niets meer te bieden hadden, waren we blijven praten. We moesten lachen toen we onze antwoorden voorlazen. Blijkbaar verlangden we niet naar grote gebaren of een compleet nieuw leven. We misten vooral de aandacht waarmee we vroeger vanzelf bij elkaar bleven, voordat ieder piepje, probleem of praktisch klusje belangrijker leek dan het gesprek dat we samen voerden.
Het werkboek bleef daarom niet keurig naast de fruitschaal liggen wachten op ons volgende gesprek met Freek. We begonnen thuis kleine dingen anders te doen. Wanneer Johan binnenkwam, legde hij zijn telefoon eerst weg voordat hij vertelde hoe zijn dag was geweest. Marieke leerde zeggen dat ze contact nodig had zonder meteen alle avonden waarop dat contact ontbrak mee te nemen. Soms dronken we na het eten koffie zonder televisie en soms praatten we nog steeds alleen over de kinderen omdat de dag eenvoudigweg te vol was geweest. Het verschil zat niet in een perfect nieuw ritueel, maar in het feit dat we het begonnen te merken wanneer we opnieuw van elkaar wegdreven. Verdiepend SamenZijn gaf ons geen voorgeschreven relatie. Het hielp ons om onze eigen relatie weer bewust te bewonen.
We wachten niet meer op elkaar
Onze relatie is niet teruggekeerd naar hoe ze achttien jaar geleden was, en eerlijk gezegd hoeft dat ook niet. Wij zijn veranderd, de kinderen zijn ouder en ons leven blijft druk. Johan krijgt nog altijd telefoontjes op momenten waarop niemand erop zit te wachten, Marieke opent nog geregeld de ouderapp terwijl ze eigenlijk al klaar is met school, en thuis blijft er altijd wel iemand iets kwijt. Het verschil is dat we niet meer doen alsof die druk niets met ons doet. We spreken eerder uit wanneer ons hoofd vol zit, wanneer we elkaar missen of wanneer de afstand opnieuw ongemerkt tussen ons in schuift. Daardoor hoeft een kleine irritatie niet meer eerst drie weken te rijpen voordat ze tijdens het avondeten ontploft.
Ook thuis voelt de verandering zelden spectaculair. Johan legt zijn telefoon vaker weg wanneer hij binnenkomt en zegt wanneer hij tijd nodig heeft om te landen. Marieke wacht niet meer tot haar teleurstelling een compleet dossier is geworden, maar vertelt eerder wat haar raakt. Soms drinken we samen koffie zonder televisie en soms zitten we nog steeds uitgeput naast elkaar na een dag die veel te lang duurde. Alleen weten we nu het verschil tussen stilte die rust geeft en stilte waarin we elkaar kwijtraken. We hoeven niet iedere avond een diep gesprek te voeren, maar we laten het ook niet meer maanden liggen wanneer er iets tussen ons komt te staan.
De intimiteit kwam evenmin terug met één romantisch weekend of een verplicht programma vol kaarsen en goede bedoelingen. Ze groeide voorzichtig mee met de aandacht die opnieuw tussen ons ontstond. Een hand die wat langer bleef liggen, samen lachen om iets onbenulligs, een kus die niet alleen bij vertrek hoorde. Seks hoefde niet langer het kwartaalnummer van de gezins-BV te zijn, maar mocht weer ontstaan wanneer we ons veilig, gewenst en werkelijk dichtbij voelden. Relatietherapie heeft ons geen perfecte relatie gegeven. We hebben geleerd hoe we elkaar minder snel kwijtraken wanneer het leven opnieuw luid wordt. De sleurbank staat er nog altijd, maar we zitten er niet meer allebei in de afwachtstand.
