Stel voelt zich opnieuw verbonden na relatietherapie bij Spreek met Freek in Drachten

Alles geregeld behalve onze relatie

Langs elkaar heen leven in een relatie gebeurt zelden door één grote ruzie. Een knal heeft tenminste nog de beleefdheid om duidelijk te maken dat er iets aan de hand is. De afstand groeit meestal stiller. Ze nestelt zich in de toon waarop je vraagt of de afwas al gedaan is, in het moment dat je naast elkaar op de bank zit en allebei naar een ander scherm kijkt, en in de gewoonte om elkaars dag uitstekend te organiseren zonder nog precies te weten wat er in de ander omgaat. Gesprekken worden praktisch. Niet omdat er niets meer te zeggen valt, maar omdat het veiliger voelt om over tijden, tassen, tennisles en to-dolijsten te praten dan over het ongemakkelijke gevoel dat je elkaar steeds minder bereikt. Ook aanraking kan langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Eerst een kus die steeds vluchtiger wordt, dan een hand die niet meer vanzelf de andere zoekt en uiteindelijk lichamelijk contact dat er nog wel is, maar steeds minder vertelt over hoe dichtbij jullie je werkelijk voelen.

Ondertussen draait het dagelijks leven keurig door: de was wordt gedaan, de agenda klopt en iedereen verschijnt ongeveer op de plek waar hij volgens de planning hoort te zijn. Je kunt zo jarenlang een voortreffelijke Relatie B.V. runnen terwijl de twee geliefden ergens tussen de boodschappenlijst en de gezinsapp uit beeld zijn geraakt. Precies die netheid is verraderlijk, want zolang alles functioneert, lijkt er weinig reden om alarm te slaan. Ook Johan en Marieke merkten pas laat hoe ver ze van elkaar verwijderd waren geraakt. Niet door een crisis die de buren konden horen, maar door een stilte die ze eerst vermoeidheid noemden, daarna drukte en uiteindelijk maar onderbrachten bij “zo gaat dat nu eenmaal”. Tot het niet meer ging en naar elkaar kijken ineens iets vroeg wat plannen, regelen en beleefd blijven niet konden oplossen: werkelijk weer willen weten wie die ander tegenover je geworden is. Hoe die afstand zo gewoon kon worden, en wat er nodig was om elkaar opnieuw als mens en geliefde te zien in plaats van als vanzelfsprekend onderdeel van het huishouden, vertellen Johan en Marieke zelf.

Aan de buitenkant liep alles

Aan de buitenkant leken wij een stel dat het goed voor elkaar had. We waren ruim achttien jaar samen, getrouwd en ouders van drie kinderen van tien, dertien en vijftien jaar. We hadden allebei werk, een fijn huis en een gezin waarin altijd wel iemand naar sport, school, vrienden of een ouderavond moest. Op verjaardagen zaten we naast elkaar en als iemand vroeg hoe het ging, zeiden we allebei dat alles prima liep. Dat was ook niet helemaal gelogen. Alles líép. Alleen wij steeds minder naar elkaar toe. We zijn allebei opgegroeid in een nuchter Drents middenstandsgezin. Hard werken, verantwoordelijkheid nemen en niet bij ieder ongemak de noodklok luiden, hoorden gewoon bij het leven. Problemen loste je zelf op en wat thuis speelde, hoefde niet meteen buiten aan de waslijn. Die houding heeft ons veel gebracht. We konden aanpakken, volhouden en doorgaan wanneer het tegenzat. Alleen hadden we nooit geleerd wat je doet wanneer volhouden zelf het probleem begint te worden.

Ons huwelijk stortte niet plotseling in. Er was geen grote affaire en ook geen dramatische ruzie waarna iemand met een koffer de straat uit liep. We raakten elkaar stiller kwijt. Tussen het werk, de kinderen, de boodschappen en alles wat nog even moest gebeuren, verdween het gesprek over ons. We misten elkaar wel, maar wie dat hardop zei, voelde zich al snel degene die moeilijk deed of alles groter maakte dan nodig was. Zo werden we steeds beter in het organiseren van een leven waarin we elkaar nauwelijks nog werkelijk tegenkwamen. Juist omdat er aan de buitenkant weinig spectaculairs gebeurde, duurde het lang voordat we inzagen dat niet de drukte het grootste probleem was, maar dat we elkaar onderweg steeds minder waren gaan meenemen in wat we voelden, misten en nodig hadden.

We kwamen thuis maar niet bij elkaar

Overdag stonden we allebei voortdurend aan. Ons werk vroeg aandacht, schakelen en verantwoordelijkheid, en thuis wachtte een gezin met drie kinderen die ieder hun eigen planning, vragen en buien meenamen. We hielden van ons werk en van ons gezin, maar aan het einde van de dag bleef er weinig ruimte over om ook nog werkelijk bij elkaar aan te komen. Nog voor we goed en wel thuis waren, ging de ouderapp af, moest iemand naar sport, lag er een vraag over huiswerk en piepte alweer een telefoon alsof ook die vond dat het gezin zonder onmiddellijke actie zou instorten. We waren thuis, maar met ons hoofd nog overal behalve bij elkaar. Johan verwoordde het later zo: “Als werkvoorbereider in de bouw schakel ik dagelijks tussen planningen die verschuiven, tekeningen die veranderen en mensen voor wie hun probleem uiteraard het belangrijkste van de hele bouwplaats is. In die periode liep mijn werk bijna iedere avond met mij mee naar binnen. Soms was één telefoontje tijdens het eten genoeg om mij de rest van de avond weer terug te trekken in wat er op het werk speelde. Wanneer Marieke iets wilde bespreken, hoorde ik niet altijd haar gemis. Ik voelde vooral dat er opnieuw iets van mij werd gevraagd en zocht stilte, omdat ik oprecht dacht dat rust het beste was wat ik nog kon geven.”

Marieke beleefde diezelfde avonden bijna tegenovergesteld: “Ik geef les aan een onderbouwgroep en had de hele dag geluisterd, gerustgesteld, uitgelegd, gecorrigeerd en aangevoeld wat kinderen nodig hadden. Tegen de tijd dat ik thuiskwam, had ik mijn aandacht al tientallen keren uitgedeeld. Juist daarom verlangde ik thuis niet naar nóg een taak, maar naar iemand bij wie ik zelf even niet hoefde te zorgen. Iemand die vroeg hoe het werkelijk met mij ging en bleef zitten als het antwoord langer duurde dan drie zinnen. Hoe stiller Johan werd, hoe sterker ik contact probeerde te maken. Zijn stilte voelde voor hem als rust, maar bij mij kwam ze steeds vaker binnen als afstand. Hoe meer ik vroeg, hoe verder hij zich terugtrok. Zo zaten we vaak nog geen meter van elkaar vandaan, ieder met een smartphone binnen handbereik, terwijl we allebei dachten dat de ander niet zag hoeveel wij droegen en hoe alleen we ons daarin begonnen te voelen.” Achteraf zagen we hoe vreemd eenvoudig het patroon eigenlijk was: Johan trok zich terug om de rust te bewaren en Marieke zocht hem juist op om het contact niet kwijt te raken. Allebei deden we iets waarvan we dachten dat het onze relatie hielp, terwijl we elkaar daarmee iedere avond een paar centimeter verder uit beeld duwden.

We werden de directie van ons gezin

Ons gezin draaide iedere avond door, ook wanneer wij zelf eigenlijk al op waren. Tijdens het eten lag de telefoon van onze oudste zoon naast zijn bord, onze dochter herinnerde zich ineens dat ze de volgende ochtend iets voor school nodig had en de jongste wist opnieuw niet waar zijn voetbalschoenen waren. Terwijl wij probeerden te vragen hoe hun dag was geweest, kwamen meldingen binnen, werd er half geluisterd en ontstond er discussie over schermtijd. Nog vóór de borden van tafel waren, overlegden we wie er naar sport reed, wie de boodschappen deed en wie die ene mail naar school nog zou beantwoorden. We zaten samen aan tafel, maar voerden vooral de dagelijkse bestuursvergadering van een gezin dat nooit leek te sluiten. Juist wanneer we moe waren, begonnen onze verschillen in opvoeding meer te schuren. Johan hield van duidelijke afspraken en vond dat een grens haar betekenis verloor wanneer ze iedere avond opnieuw moest worden uitonderhandeld. Marieke wilde eerst begrijpen wat er achter het gedrag van een kind zat en merkte dat streng optreden niet altijd hielp. Wat voor Johan helderheid was, kon voor Marieke hard binnenkomen. Wat zij als begrip bedoelde, voelde voor hem soms als een vergadering die doorging terwijl iedereen het besluit al kende.

Zo ging een discussie over schermtijd, huiswerk of thuiskomen steeds minder over de kinderen en steeds vaker over wat wij in elkaar begonnen af te keuren. De vermoeidheid maakte onze woorden korter en ons geduld nog korter. Langzaam werden we vooral ouders, regelaars en probleemoplossers. We konden precies vertellen welke toets eraan kwam, wie ruzie had met wie en waar zaterdag de sporttas moest staan, terwijl we nauwelijks nog vroegen hoe het met óns ging. Wanneer de kinderen eindelijk op bed lagen of ieder achter hun eigen scherm verdwenen, zakten wij op de bank met een glas wijn, iets kouds uit de koelkast en nog één aflevering die er vaak drie werden. We zaten soms met onze benen tegen elkaar aan, maar de genegenheid die daar vroeger vanzelf bij hoorde, was steeds verder uit beeld geraakt. Seks verdween niet helemaal, alleen begon het te voelen als een verplicht kwartaalnummer dat ergens tussen de gezinsplanning door nog afgewerkt moest worden. De Gezins-BV, zoals Freek het zo mooi noemde, draaide top en maakte overuren, terwijl wij als stel langzaam van onze eigen agenda werden uitgegumd.

Totdag de stilte niet meer okay voelde

Zo kon ons leven nog lang doorgaan: veel regelen, weinig botsen en ondertussen steeds minder merken hoe stil het tussen ons was geworden. Tot er op een zaterdagavond ineens niets geregeld hoefde te worden. Onze oudste bleef bij een vriend slapen, onze dochter had een feestje en de jongste logeerde bij opa en oma. Normaal konden we weken verlangen naar zo’n avond waarop het huis eindelijk van ons tweeën was, maar toen het zover was, wisten we eigenlijk niet goed meer wat we met elkaar moesten beginnen. We bestelden eten, schonken een glas wijn in en gingen op de bank zitten zonder sporttas, ouderapp of iemand die nog snel iets nodig had. Johan pakte bijna gedachteloos zijn telefoon, Marieke scrolde door foto’s van stellen die samen uit eten waren of ergens een weekend weg zaten en de televisie vroeg na een tijdje of we nog steeds keken. We moesten er bijna om lachen, omdat die vraag ineens verdacht veel groter voelde dan Netflix waarschijnlijk had bedoeld. Vroeger vulden we zo’n avond vanzelf met praten, muziek of veel te lang aan tafel blijven zitten. Nu vulden twee schermen vooral de ruimte waarin wij zelf niet goed meer wisten hoe we moesten beginnen.

Toen de telefoons uiteindelijk naast ons lagen, bleef er iets over waar we ons maandenlang handig omheen hadden georganiseerd: stilte. Niet de prettige stilte van twee mensen die niets hoeven te zeggen, maar de soort waarin je merkt dat er juist heel veel gezegd zou moeten worden. De kinderen werden ouder, zouden steeds meer hun eigen leven krijgen en ergens tussen die gedachte en de lege woonkamer kwam ineens de vraag op wat er van ons overbleef wanneer de Gezins-BV ooit wat minder personeel nodig had. We spraken haar die avond nog niet uit. Johan vroeg of we nog een aflevering zouden kijken en Marieke zei dat het haar niet uitmaakte, terwijl juist dát haar raakte: dat het haar blijkbaar steeds minder uitmaakte wat we samen deden. Later lagen we naast elkaar in bed, wakker zonder ruzie en zonder groot drama, maar allebei met hetzelfde ongemakkelijke besef dat afstand ook kan groeien terwijl twee mensen gewoon onder hetzelfde dekbed blijven liggen. De volgende ochtend keek Marieke over haar koffie heen en zei: “Ik mis ons. Ik mis dat we nog ergens samen bestaan zonder dat er iets geregeld moet worden.” Johan wilde eerst uitleggen hoe moe hij was en hoeveel hij voor het gezin deed, maar stopte voordat de bekende verdediging weer het gesprek zou overnemen. Na een stilte zei hij: “Ik mis jou ook. Ik weet alleen niet meer hoe ik bij je moet komen.” Voor het eerst in lange tijd hadden we niets opgelost, niets gepland en niemand de schuld gegeven; we hadden eindelijk gezegd wat al die tijd tussen de boodschappen, kinderen en agenda’s was blijven liggen, en juist daardoor kwam er voor het eerst weer iets van onszelf op tafel.

Twee verbonden harten als symbool voor herstel door relatietherapie bij Spreek met Freek

We zochten allebei in stilte

De dagen na dat gesprek gingen gewoon verder. De kinderen moesten naar school, er lag werk en op woensdagavond stond er alweer iemand langs een sportveld in de regen. We hadden eindelijk gezegd dat we elkaar misten, maar daarmee wisten we nog niet hoe we verder moesten. Geen van ons sprak het woord relatietherapie als eerste uit. Marieke hoopte dat Johan er zelf over zou beginnen, terwijl Johan bang was dat hulp zoeken betekende dat ons huwelijk ernstiger beschadigd was dan hij wilde toegeven. We wilden allebei bewegen, maar deden dat nog ieder op onze eigen helft van de stilte. De afwachtstand was niet verdwenen; ze was alleen even rechtop gaan zitten. Op een avond bleef op onze laptop een pagina over relatietherapie in Drachten openstaan. Marieke had gezocht, gelezen, weggeklikt en was toch weer teruggegaan. Toen Johan later achter de laptop ging zitten, zei hij na een tijdje: “Ik heb deze week op mijn telefoon bijna hetzelfde gezocht.” We keken elkaar aan en moesten lachen. Zelfs onze zoektocht naar hulp hadden we keurig afzonderlijk georganiseerd. “Zullen we het dan nu samen doen?” vroeg Marieke. Het formulier invullen duurde maar een paar minuten, maar voor het eerst zetten we niet ieder voorzichtig een halve stap. We deden iets tegelijk.

Tijdens de kennismaking kwamen onze vertrouwde verklaringen al snel mee naar binnen. Marieke vertelde dat Johan verdween wanneer zij hem juist nodig had; Johan hoorde in bijna ieder moeilijk gesprek opnieuw het bewijs dat hij tekortschoot. Freek vroeg niet meteen wie daar gelijk in had, maar wat er onder die reacties gebeurde. Toen Marieke vertelde dat ze zich niet meer gezien voelde zodra Johan zich terugtrok, bleek Johan haar woorden heel anders te horen: als de zoveelste boodschap dat hij het niet goed deed. “Ik dacht dat ik jou rust gaf,” zei hij uiteindelijk. Marieke keek hem aan en antwoordde: “Ik dacht dat jij van mij af wilde.” Daar zat ineens het pijnlijke misverstand waar we thuis steeds omheen waren blijven draaien. De één trok zich terug om verdere spanning te voorkomen, de ander ging juist harder op zoek naar contact omdat die stilte als afstand voelde. We probeerden elkaar dus allebei te bereiken en kregen onderweg steeds het tegenovergestelde bezorgd. Er was die middag niets spectaculairs opgelost, maar hulp zoeken voelde voor het eerst niet meer als erkennen dat ons huwelijk was mislukt. Het voelde als besluiten dat we elkaar belangrijk genoeg vonden om niet langer ieder afzonderlijk naar dezelfde uitgang te blijven zoeken.

Eerst ieder ons eigen verhaal

Na de kennismaking dachten we dat we voortaan samen aan tafel zouden zitten, maar Freek stelde voor om ons eerst ieder vijf keer afzonderlijk te spreken. Daar moesten we allebei even aan wennen. Marieke was bang dat Johan opnieuw een plek kreeg waar hij niets hoefde te zeggen en Johan zag in gedachten al bijna een compleet dossier over zichzelf ontstaan waar hij niet bij mocht. Freek zei: “Jullie kennen elkaars verwijten inmiddels behoorlijk goed. Ik wil eerst horen wat ieder van jullie probeert te zeggen wanneer die verwijten het gesprek overnemen.” Die gesprekken werden geen geheime omweg, maar een plek waar we ons eigen verhaal konden vertellen zonder dat de ander zich meteen hoefde te verdedigen. Johan ontdekte dat hij liefde vooral had leren tonen door te werken, te regelen en problemen op te lossen. Zolang hij iets kon herstellen, plannen of betalen, voelde hij zich nuttig. Zodra Marieke vroeg wat er in hem omging, wist hij vaak niet waar hij moest beginnen. “Bij ons thuis werd niet lang over gevoelens gepraat,” zei hij. “Je deed wat nodig was en ging daarna weer verder.”

Marieke ontdekte intussen hoe vaak zij zich had aangepast totdat haar teleurstelling zo groot was geworden dat één klein voorval ineens de complete boekhouding van ons huwelijk op tafel kreeg. Ze wilde niet blijven zeuren, maar had haar eigen behoeften zo lang ingeslikt dat ze vaak pas sprak wanneer haar woorden al pijn deden. Langzaam begrepen we dat we allebei iets anders probeerden te beschermen. Johan trok zich terug omdat hij bang was opnieuw tekort te schieten; Marieke bleef aandringen omdat zijn stilte bij haar binnenkwam alsof zij er alleen voor stond. Dat inzicht veranderde ons thuis niet ineens in twee volledig verlichte relatiegoeroes die ieder lastig gesprek met een keurige samenvatting afsloten. Er veranderde wel iets wezenlijks. Johan leerde zeggen wanneer zijn hoofd vol zat én wanneer hij weer beschikbaar was om te luisteren. Marieke hoefde daardoor niet onmiddellijk harder aan het contact te trekken. Zo werden de afzonderlijke gesprekken geen afstand tussen ons, maar juist de voorbereiding om later samen aan tafel niet opnieuw alleen ons oude gelijk mee te nemen, maar ook beter te begrijpen wat daaronder bij ieder van ons meespeelde.

Terug samen in gesprek

Na de individuele gesprekken vulden we allebei een uitgebreide partnerintake in. Dat voelde anders dan samen praten, omdat niemand halverwege kon onderbreken, aanvullen of zeggen dat het toch net iets anders was gegaan. We schreven ieder op wat we misten, waar we ons aan ergerden en wat we zelf deden wanneer de spanning opliep. Juist bij de antwoorden waarvan we dachten dat we mijlenver uit elkaar zouden liggen, ontdekten we dat we in de kern naar hetzelfde verlangden: thuiskomen zonder meteen in een rol te stappen, eerlijk kunnen zeggen wat er speelde en ons bij elkaar gezien, gehoord en gevoeld weten zonder dat de verdediging al klaarstond voordat de eerste zin goed en wel was uitgesproken. Toen we opnieuw samen aan tafel zaten, pakte Freek een avond terug waarop Johan na het eten zijn laptop had geopend. Marieke had gevraagd of dat nu echt nodig was. Johan had geantwoord dat iemand zijn verantwoordelijkheid moest nemen, waarna Marieke alleen nog “laat maar” had gezegd en naar boven was gegaan. Vroeger zouden we binnen een minuut alweer zijn beland bij werkdruk, toonhoogte en de vraag wie de avond daarvoor eigenlijk de vaatwasser had uitgeruimd. Nu vroeg Freek ons om dat ene moment langzamer af te spelen.

“Wat gebeurde er bij jou toen Johan die laptop openklapte?” Marieke keek naar haar handen. “Ik voelde dat zijn werk opnieuw belangrijker was dan ik.” Johan wilde reageren, maar hield zich in. Freek vroeg wat hij hoorde toen Marieke zei dat het haar niets meer uitmaakte. “Dat ik het toch nooit goed kon doen,” zei hij. Ineens werd zichtbaar hoe één laptop, één zucht en twee verschillende betekenissen genoeg waren om ons allebei precies te raken waar het pijn deed: Marieke voelde zich niet gezien en Johan voelde zich niet gehoord in alles wat hij probeerde te dragen. Onder die twee reacties lag hetzelfde gemis aan werkelijk contact en het verlangen om door de ander weer gevoeld te worden. Die middag losten we geen achttien jaar huwelijk op, maar we bleven wel bij dat ene moment zonder het dicht te smeren met uitleg, verwijt of stilte. Johan vertelde dat hij bang was de grip op zijn werk kwijt te raken. Marieke wilde niet dat hij minder verantwoordelijk werd; ze wilde voelen dat er thuis óók iets op hem wachtte wat belangrijk was. Johan schoof zijn stoel iets naar haar toe. “Dat ben jij ook,” zei hij, “alleen heb ik dat al lang niet meer laten merken.” Voor Marieke kwam die zin binnen omdat Johan niet langer uitlegde waarom hij deed wat hij deed, maar haar eindelijk liet voelen dat hij had gehoord wat zij achter haar boosheid al zo lang probeerde duidelijk te maken.

Verdiepend SamenZijn begon thuis

Na de uitgebreide digitale partnerintake lag onze relatie ineens een stuk duidelijker op tafel. Freek had uit onze afzonderlijke verhalen, de gezamenlijke gesprekken en de intake zichtbaar gemaakt welk patroon telkens terugkwam, waar we elkaar onderweg kwijtraakten en wat we allebei anders wilden. Van daaruit begonnen we met de relatietraining Verdiepend SamenZijn. We kregen ieder een werkboek mee en spraken af de opdrachten eerst afzonderlijk in te vullen. Dat klonk overzichtelijk, totdat we thuis aan dezelfde tafel zaten en ontdekten hoeveel vragen we elkaar al jaren niet meer hadden gesteld. Waar verlang je naar in onze relatie? Wanneer voel je afstand? Wat wil je behouden, ook wanneer het tussen ons schuurt? Johan schreef kort en keek soms minutenlang naar een lege regel. Marieke begon uitgebreid, kraste de helft weer door en vroeg zich af of ze alweer te veel woorden gebruikte. Toch kwamen onze antwoorden opvallend vaak dichter bij elkaar uit dan we vooraf hadden bedacht. Bij een opdracht over het moment waarop we ons voor het laatst werkelijk samen hadden gevoeld, kozen we zelfs allebei dezelfde avond: jaren geleden was de stroom uitgevallen, de kinderen waren nog klein, er brandden kaarsen op tafel en televisie, wifi en telefoons hadden tijdelijk besloten zich nergens mee te bemoeien. We waren blijven praten. Geen jubileum, geen weekend Parijs en geen romantisch arrangement met driegangenmenu; gewoon een stroomstoring die ons per ongeluk weer bij elkaar aan tafel had gezet.

Vanaf dat moment bleef het werkboek niet keurig naast de fruitschaal liggen wachten tot Freek er tijdens het volgende gesprek naar vroeg. We begonnen thuis kleine dingen anders te doen. Johan legde bij binnenkomst zijn telefoon eerst weg voordat hij vertelde hoe zijn dag was geweest. Marieke leerde zeggen dat ze contact nodig had zonder meteen de complete historische administratie van alle gemiste avonden mee te sturen. Soms dronken we na het eten koffie zonder televisie en soms praatten we nog steeds vooral over kinderen, werk en boodschappen omdat een gewone dinsdag zich nu eenmaal niet altijd gedraagt als een relatieweekend op de Veluwe. Het verschil zat niet in een nieuw perfect ritueel. We begonnen eerder te merken wanneer de Gezins-BV het weer overnam en wij als geliefden langzaam van onze eigen agenda verdwenen. Verdiepend SamenZijn gaf ons daarom geen voorgeschreven relatie en ook geen lijstje waarop we konden afvinken dat we voortaan officieel goed samen waren. Het hielp ons om wat we tijdens de gesprekken begrepen thuis uit te proberen, bij te stellen en opnieuw te proberen, zodat gezien, gehoord en gevoeld worden niet alleen mooie woorden aan tafel bij Freek bleven, maar weer iets werd wat tussen ons daadwerkelijk kon gebeuren.

We wachten niet meer op elkaar

Onze relatie is niet teruggekeerd naar hoe ze achttien jaar geleden was, en eerlijk gezegd hoeft dat ook niet. Wij zijn veranderd, de kinderen zijn ouder en ons leven blijft druk. Johan krijgt nog altijd telefoontjes op momenten waarop niemand erop zit te wachten, Marieke opent nog geregeld de ouderapp terwijl ze eigenlijk al klaar is met school, en thuis blijft er altijd wel iemand iets kwijt. Het verschil is dat we niet meer doen alsof die druk niets met ons doet. We spreken eerder uit wanneer ons hoofd vol zit, wanneer we elkaar missen of wanneer de afstand opnieuw ongemerkt tussen ons in schuift. Daardoor hoeft een kleine irritatie niet meer eerst drie weken te rijpen voordat ze tijdens het avondeten ontploft.

Ook thuis voelt de verandering zelden spectaculair. Johan legt zijn telefoon vaker weg wanneer hij binnenkomt en zegt wanneer hij tijd nodig heeft om te landen. Marieke wacht niet meer tot haar teleurstelling een compleet dossier is geworden, maar vertelt eerder wat haar raakt. Soms drinken we samen koffie zonder televisie en soms zitten we nog steeds uitgeput naast elkaar na een dag die veel te lang duurde. Alleen weten we nu het verschil tussen stilte die rust geeft en stilte waarin we elkaar kwijtraken. We hoeven niet iedere avond een diep gesprek te voeren, maar we laten het ook niet meer maanden liggen wanneer er iets tussen ons komt te staan.

We leerden daarbij ook het verschil tussen een behoefte hebben en behoeftig worden. Marieke mag zeggen dat ze aandacht of nabijheid nodig heeft, zonder dat Johan verantwoordelijk wordt voor ieder moment waarop zij zich alleen voelt. Johan mag zeggen dat hij rust nodig heeft, zonder die rust te gebruiken als een keurige verdwijntruc zodra het gesprek lastig wordt. Niet-behoeftig zijn betekent voor ons daarom niet dat we niets meer van elkaar nodig hebben. Dan kun je net zo goed twee appartementen huren en alleen de boodschappenlijst delen. De kracht zit juist in durven zeggen wat je nodig hebt, kunnen horen wat de ander nodig heeft en tegelijk verantwoordelijkheid houden voor wat van jezelf is. Daardoor hoeft nabijheid niet meer te ontstaan uit trekken, pleasen of wachten totdat de ander eindelijk begrijpt wat je nooit hebt uitgesproken.

De intimiteit kwam evenmin terug met één romantisch weekend of een verplicht programma vol kaarsen en goede bedoelingen. Ze groeide voorzichtig mee met de aandacht die opnieuw tussen ons ontstond. Een hand die wat langer bleef liggen, samen lachen om iets onbenulligs, een kus die niet alleen bij vertrek hoorde. Seks hoefde niet langer het kwartaalnummer van de Gezins-BV te zijn, maar mocht weer ontstaan wanneer we ons veilig, gewenst en werkelijk dichtbij voelden. Relatietherapie heeft ons geen perfecte relatie gegeven. We hebben geleerd hoe we elkaar minder snel kwijtraken wanneer het leven opnieuw luid wordt. De sleurbank staat er nog altijd, maar we zitten er niet meer allebei in de afwachtstand.

Wat Johan en Marieke ontdekten, zie ik vaker bij stellen die nog van elkaar houden maar onderweg steeds meer zijn gaan regelen en steeds minder zijn gaan voelen. Een relatie raakt niet alleen uit koers door grote gebeurtenissen; soms gebeurt het gewoon terwijl het eten op tafel staat, de telefoon piept en morgen alweer vroeg begint. Juist daarom hoeft relatietherapie voor mij niet te beginnen bij de vraag of een relatie nog te redden is. Veel interessanter is de vraag of twee mensen elkaar nog willen zien, horen en voelen zoals ze werkelijk zijn, en bereid zijn daar niet alleen over te praten maar thuis ook iets anders voor te gaan doen. Want liefde kan een hoop hebben, maar ze houdt er niet van om jarenlang als vergeten agendapunt onderaan de Gezins-BV te blijven staan.

Kennismaken zonder wachtlijst

Herken je na het lezen van deze NieuwsBlog iets van Johan en Marieke in jullie eigen relatie, dan hoeft het niet eerst volledig vast te roesten voordat je samen gaat kijken wat er tussen jullie is veranderd. Soms houden twee mensen nog volop van elkaar, maar zijn praten, aanraken en elkaar werkelijk vinden langzaam verdwenen onder gewoontes, drukte en alles wat dagelijks voorrang kreeg. Ik ben Freek, coach en psycholoog uit Drachten, en al ruim 30 jaar praat ik met mensen en stellen over relaties en alles wat daarin kan vastlopen. Verwacht geen schuldwedstrijd waarin één van jullie tot probleem wordt benoemd. Ik luister, vraag door, leg verbanden en kijk met jullie naar waar de roest zit, wat ieder daarin doet of juist laat en waar weer beweging kan ontstaan.

Kennismaken begint met een gratis en vrijblijvend gesprek van 60 minuten, in mijn praktijk aan huis in Drachten of online als dat beter past. Vooraf vul je een digitaal kennismakingsformulier in over wat er speelt en wat voor jou belangrijk is. Ik lees vooraf wat je levensvraag is, of waar het in je leven schuurt of vastzit, zodat we tijdens het gesprek meteen kunnen aansluiten. Minstens zo belangrijk is de klik: je ervaart hoe ik luister, doorvraag en reageer en of mijn manier van coachen bij je past. Past jouw levensvraag beter bij iemand anders, dan zeg ik dat. Heb je vooraf een korte vraag, dan bereik je me via de WhatsApp-knop. Vul hieronder je gegevens en levensvraag in en geef aan wanneer je wilt afspreken. Binnen 24 uur neem ik zelf contact met je op en plannen we een afspraak, overdag of ’s avonds en altijd binnen 2 weken.

Kleurrijke abstracte banner met twee gezichten bij de NieuwsBlog van Spreek met Freek