
Gaslighting heeft een indrukwekkende carrière gemaakt. Een paar jaar geleden moest je het woord nog uitleggen, tegenwoordig wordt het sneller uitgedeeld dan een parkeerboete en met hetzelfde gemak rondgestrooid als confetti op een bruiloft. Je partner herinnert zich een gesprek anders: gaslighting. Je moeder beweert dat je vroeger dol was op spruitjes terwijl jij bij de groenteboer nog steeds met een ruime boog om het schap heen loopt: gaslighting. Een collega zegt dat hij die afspraak anders heeft begrepen en voor je het weet staat hij digitaal genoteerd als manipulatief, toxisch en vermoedelijk ook narcistisch. We zijn lekker bezig. Nog even en iemand die zegt dat het gisteren mooi weer was terwijl jij regen hebt gezien, kan rechtstreeks door naar relatietherapie. Het vreemde is dat een begrip dat juist draait om twijfel aan je eigen werkelijkheid inmiddels zo ruim wordt gebruikt dat de betekenis zelf bijna uit beeld verdwijnt.
Twee mensen één waarheid
Mensen zijn beroerde beveiligingscamera’s. We nemen niet neutraal op wat er gebeurt om het later foutloos terug te spelen. We kijken, voelen, interpreteren, vergeten, vullen aan en bewaren vervolgens een versie waarvan we overtuigd raken dat het ongeveer zo gegaan is. Zet twee mensen na een stevige ruzie apart en laat ze allebei opschrijven wat er precies gebeurde. Je krijgt geregeld twee verhalen waarvan je vermoedt dat één van beiden tijdens het gesprek tijdelijk in België verbleef. Toch hoeft niemand te liegen. Een herinnering is geen kassabon die je jaren later kreukvrij uit een la trekt. Emoties, verwachtingen en eerdere ervaringen kleuren mee. Twee verschillende herinneringen zijn daarom nog geen bewijs van manipulatie, anders konden we na iedere echtelijke discussie over wie wat wanneer gezegd heeft meteen een onderzoekscommissie installeren.
Ook degene die stellig zegt “dat is niet gebeurd” is daarmee nog geen gaslighter. Mensen vergissen zich, verdedigen zichzelf, horen iets anders of zijn zo overtuigd van hun eigen gelijk dat iedere beweging uit het gesprek verdwijnt. Dat kan een gesprek muurvast zetten, maar gaslighting begint ergens anders. Het ontstaat wanneer het ondermijnen van jouw waarneming een terugkerend patroon wordt. Niet één vergeten afspraak, maar telkens opnieuw jouw versie verdacht maken. “Dat heb ik nooit gezegd.” “Je haalt dingen door elkaar.” “Daar ga je weer.” “Je maakt het veel groter dan het is.” Eén zo’n zin bewijst niets. Het wordt psychologisch relevant wanneer steeds hetzelfde gebeurt en jij na ieder gesprek iets minder zeker weet wat je daarvoor nog helder voor ogen had.
Het gas gaat langzaam aan
Echte gaslighting meldt zich niet met een fanfare en een bord waarop staat dat vanaf vandaag jouw werkelijkheid wordt verbouwd. Het werkt juist doordat iedere gebeurtenis afzonderlijk nog verklaarbaar lijkt. Een ontkenning hier, een vreemde draai daar, een gesprek dat volgens de ander totaal anders is verlopen. Eerst geef je ruimte: vooruit, ik kan het verkeerd hebben onthouden. De volgende keer weet je vrijwel zeker wat er gezegd is, maar hoor je opnieuw dat je overdrijft of dingen verkeerd ziet. Daarna verschuift het gesprek. Het gaat niet langer over wat er gebeurde, maar over jouw reactie daarop. Je bent te gevoelig, te achterdochtig, te emotioneel of maakt overal een probleem van. Zo verdwijnt de oorspronkelijke kwestie langzaam van tafel en kom jij er zelf voor in de plaats te liggen.
Daar zit de psychologische schade. Niet in één leugen, maar in het langzaam afslijten van vertrouwen in je eigen waarneming. Je haalt gesprekken terug, bewaart berichten, reconstrueert zinnen en controleert bij jezelf of je inderdaad te scherp reageerde. Voor een gewone woordenwisseling heb je na verloop van tijd bijna de administratie van een parlementaire enquête nodig. Niet omdat je koste wat kost gelijk wilt krijgen, maar omdat je zekerheid zoekt over iets wat vroeger vanzelfsprekend was: heb ik goed gezien, gehoord en ervaren wat er gebeurde? Het conflict dat eerst tussen twee mensen lag, verhuist daarmee naar jouw hoofd. De ander hoeft steeds minder twijfel te zaaien, omdat jij het controleren inmiddels zelf hebt overgenomen. Daar wordt gaslighting meer dan een ruzie over twee verschillende versies van hetzelfde verhaal.
Je eigen hoofd als verdachte
Dat maakt gaslighting wezenlijk anders dan gewoon liegen. Bij een leugen gaat de strijd nog over de feiten. Jij zegt A, de ander zegt B en ergens bestaat een werkelijkheid die zich weinig aantrekt van jullie discussie. Bij langdurige gaslighting verschuift het naar jouw vermogen om die werkelijkheid zelf te beoordelen. Niet alleen jouw conclusie wordt aangevallen, maar uiteindelijk ook jouw betrouwbaarheid als waarnemer. Wie zijn eigen waarneming steeds minder vertrouwt, gaat vanzelf vaker bij de ander controleren wat redelijk, normaal of waar is. Precies daar verandert een meningsverschil in een machtsverhouding. De ander krijgt niet alleen invloed op het verhaal, maar ook op de maatstaf waarmee jij je eigen verhaal nog durft te beoordelen.
Dat beperkt zich niet tot liefdesrelaties. Een ouder kan jarenlang ontkennen dat bepaalde gebeurtenissen binnen een gezin plaatsvonden. Een vriend kan iedere confrontatie terugbrengen tot de mededeling dat jij nu eenmaal overal problemen van maakt. Binnen een organisatie kunnen afspraken worden ontkend, gebeurtenissen worden verdraaid en kan vervolgens jouw betrouwbaarheid ter discussie komen zodra je dat benoemt. Ook daar geldt dat een slecht geheugen, een star karakter of een vervelende manier van communiceren nog geen gaslighting is. Het begrip krijgt pas betekenis wanneer je naar het patroon kijkt: wat gebeurt er steeds opnieuw, wie krijgt daardoor steeds meer zeggenschap over de werkelijkheid en wat doet dat op den duur met degene die zijn eigen waarneming probeert vast te houden?

Gaslighting is geen toverwoord
Daar gaat het tegenwoordig gemakkelijk mis. Psychologische begrippen zijn uit de spreekkamer ontsnapt en hebben op sociale media een eigen leven gekregen. Narcisme, trauma, toxisch gedrag, triggers, hechtingsproblemen en gaslighting liggen inmiddels in hetzelfde digitale bestekbakje. Eén filmpje van veertig seconden, vijf kenmerken die op een halve familie passen en tante Ans blijkt na zevenentwintig jaar ineens emotioneel onveilig. Dat geeft heerlijk overzicht. De één krijgt het etiket, de ander heeft de diagnose gesteld en het gesprek kan dicht. Alleen zijn menselijke verhoudingen zelden zo keurig georganiseerd. Mensen verdedigen zichzelf, vergeten gebeurtenissen, verdraaien iets in hun voordeel en horen selectief wat hun op dat moment goed uitkomt. Dat kan schadelijk zijn zonder dat achter ieder vervelend gesprek meteen een uitgekiend manipulatieplan schuilgaat.
Juist daarom moeten we zuinig zijn op het begrip gaslighting. Wanneer ieder meningsverschil zo heet, houden we uiteindelijk geen taal meer over voor situaties waarin iemands vertrouwen in de eigen waarneming langdurig wordt aangetast. Het woord kan bovendien zelf onderdeel van de strijd worden. “Jij gaslight mij” kan een gesprek onmiddellijk afsluiten, omdat iedere reactie van de ander daarna opnieuw als bewijs wordt gebruikt. Dan verheldert psychologische taal niets meer, maar deelt zij alleen nog rollen uit. De een krijgt het gelijk, de ander het etiket. Psychologische begrippen zijn nuttig wanneer ze helpen nauwkeuriger te kijken naar wat tussen mensen gebeurt. Zodra het woord belangrijker wordt dan het gedrag dat we proberen te begrijpen, hebben we alleen een nieuw etiket op een oud conflict geplakt.
Wie bepaalt wat waar is
De belangrijkste vraag bij een conflict is daarom niet meteen wie de waarheid bezit. Veel interessanter is wat er tussen twee mensen met die waarheid gebeurt. Is er ruimte om te zeggen dat jij iets anders hebt ervaren? Kan de ander jouw ervaring erkennen zonder haar onmiddellijk te hoeven delen, en kun jij dat ook? Blijft het gesprek bij wat er werkelijk gebeurde, of wordt jouw karakter het onderwerp zodra je iets ter sprake brengt? Vooral het effect na afloop zegt veel. Een stevig gesprek kan onaangenaam zijn en toch helderheid opleveren. Bij gaslighting gebeurt het tegenovergestelde: je loopt herhaaldelijk weg met minder vertrouwen in je eigen waarneming dan waarmee je het gesprek begon. Dat zegt meer dan een lijstje met zeven kenmerken dat tussen twee kattenfilmpjes door op je scherm verschijnt.
Twee mensen kunnen bovendien werkelijk naar dezelfde gebeurtenis kijken en iets anders zien. Alsof ze ieder vanaf een ander balkon naar dezelfde straat kijken: de één ziet de botsing, de ander alleen de auto die daarna wegrijdt. Hun verhalen verschillen, maar daarmee hoeft geen van beiden de werkelijkheid van de ander bewust uit te wissen. Het wordt anders wanneer één persoon structureel bepaalt dat alleen zijn balkon uitzicht heeft en dat het raam van de ander eigenlijk nooit heeft bestaan. Dan gaat het niet meer over twee perspectieven die naast elkaar mogen bestaan. Dan ontstaat macht over wat de ander nog als werkelijk, redelijk en betrouwbaar mag beschouwen. Dat is het punt waarop een verschil van inzicht verandert in iets dat psychologisch veel dieper ingrijpt.
Gaslighting raakt daarom aan iets fundamentelers dan liegen, ruziemaken of elkaar niet begrijpen. Het raakt aan het vertrouwen dat je nodig hebt om je eigen ervaringen serieus te nemen zonder jezelf tot onfeilbare rechtbank uit te roepen. Je kunt je vergissen en toch op jezelf vertrouwen. Je kunt achteraf ontdekken dat de ander gelijk had zonder je eigen kompas in te leveren. Gezonde twijfel houdt ruimte voor correctie en voor een ander perspectief. Bij gaslighting wordt die twijfel steeds opnieuw tegen je gebruikt, totdat het niet langer gaat over de vraag wat er gebeurde, maar over de vraag of jij nog wel kunt vertrouwen op wat je zelf ziet, hoort en voelt.
Van wie is het eigenlijk
Daarmee komen we terug bij de titel. Gaslighting draait uiteindelijk niet om wie tijdens een ruzie het laatste woord krijgt of wie zijn herinnering het overtuigendst weet te verkopen. Het begint waar één werkelijkheid steeds meer ruimte krijgt en die van de ander steeds kleiner wordt gemaakt. Niet doordat iemand een keer zegt dat jij het verkeerd hebt, maar doordat je na verloop van tijd zelf gaat denken dat jouw waarneming eerst langs de goedkeuring van de ander moet voordat je haar nog serieus mag nemen. Daar ligt de grens tussen een botsing van perspectieven en psychologische beïnvloeding. Twee mensen mogen verschillend naar dezelfde werkelijkheid kijken. Het wordt iets anders wanneer één van hen langzaam het recht krijgt om te bepalen wat de ander nog mag geloven over zijn eigen ervaring. Gaslighting van wie is het? Uiteindelijk niet van degene die het hardst praat of het mooiste verhaal heeft, maar van degene die steeds meer macht krijgt over wat de ander nog als waar durft te vertrouwen.
Kennismaken zonder wachtlijst
Als je na het lezen van deze NieuwsBlog merkt dat er iets in jouw leven niet goed voelt of vastzit, hoef je daar niet meteen een nette levensvraag van te maken. Soms weet je gewoon dat doorgaan zoals je nu doet weinig nieuws gaat opleveren. Ik ben Freek, coach en psycholoog uit Drachten, en al ruim 30 jaar praat ik met mensen over levensvragen, relaties en werkstress. In al die gesprekken heb ik geleerd dat het probleem lang niet altijd alleen zit in wat jij anders zou moeten doen. Daarom kijk ik ook naar wat bij jou ligt, wat er tussen mensen gebeurt en welke omstandigheden invloed blijven houden. Het leven past nu eenmaal zelden netjes in één doosje. Verwacht daarom geen etiket of standaardpraatje. Ik luister, vraag door, leg verbanden en zeg het wanneer ik denk dat iets anders zit dan jij tot nu toe dacht.
Kennismaken begint met een gratis en vrijblijvend gesprek van 60 minuten, in mijn praktijk aan huis in Drachten of online als dat beter past. Vooraf vul je een digitaal kennismakingsformulier in over wat er speelt en wat voor jou belangrijk is. Ik lees vooraf wat je levensvraag is, of waar het in je leven schuurt of vastzit, zodat we tijdens het gesprek meteen kunnen aansluiten. Minstens zo belangrijk is de klik: je ervaart hoe ik luister, doorvraag en reageer en of mijn manier van coachen bij je past. Past jouw levensvraag beter bij iemand anders, dan zeg ik dat. Heb je vooraf een korte vraag, dan bereik je me via de WhatsApp-knop. Vul hieronder je gegevens en levensvraag in en geef aan wanneer je wilt afspreken. Binnen 24 uur neem ik zelf contact met je op en plannen we een afspraak, overdag of ’s avonds en altijd binnen 2 weken.


