
Op de rand van mijn leven
Er was een tijd dat ik mijn levenszin kwijt was. Geen sombere week en geen tijdelijke dip waar je met een goede nachtrust en een stevige wandeling weer uit stapt. Ik herinner me een dinsdagmorgen om 09.30 uur. Tanden gepoetst, aangekleed, sleutels in mijn hand en klaar om te vertrekken. Alleen vertrok ik niet. Ik zat op de rand van mijn bed terwijl aan de buitenkant alles keurig leek te functioneren en vanbinnen niemand meer wist waarvoor. Later liep ik door mijn praktijkruimte en voelde dezelfde leegte. Mijn lijf deed wat het moest doen, maar ikzelf leek ergens onderweg niet ingestapt. Alsof mijn leven gewoon was doorgereden en ik vanaf de berm stond te kijken waar het in vredesnaam naartoe ging.
Wat me heeft gered was geen openbaring, retraite of plotseling antwoord op de grote vraag van het bestaan. Ik zocht hulp en begon iedere dag opnieuw met kleine dingen die bijna beledigend gewoon waren: opstaan, douchen, eten, naar buiten, iemand bellen. Soms met lood in mijn schoenen en soms vooral omdat blijven zitten ook nergens heen ging. Langzaam kwamen er gaten in de mist. Een gesprek dat raakte, regen tijdens een wandeling, een hand op mijn schouder en ineens een lach die zonder toestemming uit mijn keel ontsnapte. Zo kwam mijn leven niet terug met trompetten, maar in stukjes. Dat heb ik nooit meer vergeten: levenszin hoeft niet eerst als groot doel aan de horizon te verschijnen. Soms begint ze met het eerstvolgende moment waarin jij weer even aanwezig bent.
Waar draait jouw leven nog op
Bij cliënten kijk ik daarom niet alleen naar de grote vraag waarvoor ze leven. Dat is vaak meteen veel te groot voor iemand die ’s ochtends al moeite heeft om zijn sokken dezelfde kant op te krijgen. Ik kijk eerst naar wat er daadwerkelijk gebeurt. Hoe slaap je, hoe beweeg je, hoe eet je, waar loopt je energie leeg, met wie voel je verbinding en wanneer gebeurt er nog iets waarvan je gezicht vanzelf wakker wordt? Niet als gezondheidspolitie met een vinklijstje, maar omdat een mens moeilijk levenszin kan voelen wanneer iedere dag voornamelijk bestaat uit overleven, reageren en de batterij op 4 procent houden.
Daarboven zit iets wat zich minder makkelijk in tabellen laat vangen: waar krijg jij nog zin van, wat raakt je, waarvoor kom je overeind als niemand je ervoor betaalt of applaudisseert? Soms weet iemand dat onmiddellijk. Vaker volgt eerst een lange stilte en een blik alsof ik gevraagd heb waar de reservesleutel van 1987 gebleven is. Dat is prima. Levenszin hoeft niet spectaculair te zijn. Een tuin, muziek, iemand verzorgen, schrijven, koken, een hond die om zeven uur vindt dat de democratie is afgeschaft en jij nú naar buiten moet. Zin ontstaat waar iets in jou antwoord geeft op het leven. Niet altijd luid. Wel echt.
Wanneer je emoties aan de deur rammelen
Een vrouw komt binnen met opgetrokken schouders en een blik alsof ze al maanden tegen windkracht acht in loopt. “Ik ben zo boos,” zegt ze. “Zo vol. Ik weet niet meer wat ik met mezelf aan moet.” Haar vingers trekken aan de zoom van haar jas alsof daar ergens de nooduitgang verstopt zit. Ik ga haar boosheid niet onmiddellijk ontleden alsof er een handleiding aan hangt. Eerst mag ze voelen wat er werkelijk gebeurt zonder het meteen te repareren. Ze sluit haar ogen, haar adem zakt langzaam en de kamer hoeft even nergens naartoe. Pas dan komt er ruimte om te onderzoeken wat die boosheid bewaakt.
Want emoties zijn geen verkeersborden waarop altijd één betekenis staat. Boosheid kan een grens markeren, verdriet kan samenhangen met verlies en onrust kan iets vertellen over spanning, onzekerheid of verandering. Het interessante zit niet in het juiste etiket, maar in wat deze emotie bij déze mens probeert duidelijk te maken. Zodra je niet meer uitsluitend tegen je gevoel vecht, ontstaat er ruimte om ernaar te luisteren zonder dat het meteen het stuur overneemt. Je hoeft niet van iedere innerlijke storm mooi weer te maken. Soms moet je eerst gewoon vaststellen dat je midden in de regen staat en dat je paraplu ergens anders ligt.
Het stille vuur zonder applaus
Wanneer de eerste mist optrekt, verschijnt geregeld nog iets anders. Ik noem het het stille vuur: dat merkwaardige besef dat jouw leven ergens over mag gaan zonder dat het nuttig, productief of indrukwekkend hoeft te zijn. Een man die ik begeleidde had jarenlang zijn waarde gekoppeld aan doen en presteren. Tot hij op een dag zei: “Ik wil gewoon tuinieren. Zonder doel. Zonder nut.” Zijn ogen vulden zich met tranen. Niet omdat de prei zo ontroerend stond te groeien, maar omdat hij ineens voelde hoeveel moeite hij zichzelf altijd had laten doen om zijn bestaan te rechtvaardigen.
Dat stille vuur kan overal zitten. Muziek luisteren zonder ondertussen je mail te controleren. Op een bankje zitten zonder daar onmiddellijk een wandelprestatie van te maken. Een brief schrijven die nooit wordt verstuurd. Een middag waarin niets aantoonbaar verbeterd is en jij toch niet het gevoel hebt dat hij mislukt is. Daar hoeft geen spiritueel sausje overheen. Het is gewoon een mens die even ophoudt zichzelf als project te behandelen. Levenszin verschijnt niet altijd als antwoord op de vraag waarom je leeft. Soms merk je haar pas doordat je ineens ergens zit, kijkt, voelt en denkt: verrek, hier wil ik nog even blijven.

Levenszin in luciferdosering
Veel mensen willen bij binnenkomst meteen het complete leven verbouwen. “Ik wil weer leven. Alles anders. Mag het in drie weken?” Dan zeg ik meestal: we beginnen met één lucifer, niet met een kampvuur. Ik geef cliënten bijna altijd praktijkopdrachten mee die ze meteen in hun dagelijks leven kunnen toepassen. Eén avond zonder scherm. Een wandeling zonder bestemming. Eén gesprek met iemand bij wie je niet eerst hoeft uit te leggen waarom je moe bent. Niet omdat kleine stapjes zo gezellig verantwoord klinken, maar omdat een mens weinig heeft aan een prachtig nieuw levensplan wanneer hij op dinsdag al struikelt over zijn eigen sokken.
Een cliënte ontdekte iets heel anders. Iedere ochtend liet ze haar handen door een bak gedroogde bonen glijden. “Dat is het enige moment waarop ik echt in mijn lijf ben,” zei ze. Geen retraite, geen ingewikkeld programma en geen therapeutische klankschaal die bij volle maan opgeladen moest worden. Gewoon bonen. Hout, stof, steen, aarde, warm water, een hondenvacht, aanraken trekt je soms sneller uit je hoofd dan nóg een analyse van waarom je zoveel analyseert. Niet omdat voelen alles oplost, maar omdat je lichaam ondertussen ook gewoon bij je leven hoort en daar opvallend weinig PowerPoints over nodig heeft.
Humor gebruik ik om dezelfde reden. Niet om pijn weg te lachen, maar om de zaak af en toe los te wrikken. Een man die zijn hele bestaan benaderde alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor de stabiliteit van de euro, vroeg ik een glas water in slow motion in te schenken en het live te verslaan alsof hij in de finale van het WK Watergieten stond. Eerst keek hij me aan alsof mijn diploma onmiddellijk moest worden ingenomen. Halverwege begon hij te lachen. Precies daar veranderde iets. Het probleem was niet verdwenen en zijn leven was nog exact hetzelfde, maar hij zat er ineens niet meer met zijn neus tegenaan vastgeplakt. Soms is dat al genoeg ruimte om weer iets te kunnen zien.
Een leven heeft ook witregels nodig
Een mens raakt niet alleen uitgeput van wat hij doet, maar ook van het ontbreken van ruimte ertussen. We plakken dagen aan elkaar alsof witregels verboden zijn. Gesprek, telefoon, afspraak, boodschap, nieuws, nog even dit en voor het slapen gaan snel controleren of de wereld zonder ons niet per ongeluk is omgevallen. Intussen verwarren we vol met betekenisvol. Daarom kijk ik met cliënten naar het ritme van hun dagen. Waar zit ademruimte, waar zit alleen maar doorloop en op welke plekken staat het leven inmiddels zo dicht op elkaar dat zelfs een gedachte zijwaarts moet parkeren?
Een cliënte omschreef het scherp: “Ik sta langs de kant naar mijn eigen leven te kijken.” We gingen haar dagen niet revolutionair hervormen, maar ontkreuken. Minder vergaderen, meer muziek. Minder automatisch moeten, vaker buiten. Niet als receptenboek voor levenszin, maar om opnieuw te ontdekken waar zij werkelijk aanwezig was en waar ze vooral functioneerde. Een paar weken later zei ze: “Het voelt alsof ik weer in mijn lijf woon.” Dat is voor mij interessanter dan ieder groot antwoord op de vraag naar de zin van het bestaan. Eerst maar eens weer aanwezig zijn in het leven waarover je die vraag stelt.
Misschien lees je dit met een hoofd vol mist, een hart dat hol klinkt als een leeg blikje en de TL-verlichting van je routine die iedere ochtend zonder overleg weer aanspringt. Dan hoef je niet meteen een levensmissie, vijfjarenplan of complete nieuwe versie van jezelf uit de kast te trekken. Je bent niet stuk. Je bent ergens het contact kwijtgeraakt met wat jou nog laat reageren op het leven. Kijk daar eerst eens naar: een gesprek, muziek, aarde onder je schoenen, iets maken, iemand helpen of lachen om iets dat werkelijk nergens toe dient. Levenszin is voor mij geen trofee die ergens aan het einde staat te glimmen. Het is merken waar jij nog antwoord geeft wanneer het leven aan je mouw trekt. Soms begint dat met een groot besluit. Soms met een bak bonen.
Kennismaken zonder wachtlijst
Als je na het lezen van deze NieuwsBlog merkt dat er iets in jouw leven niet goed voelt of vastzit, hoef je daar niet meteen een nette levensvraag van te maken. Soms weet je gewoon dat doorgaan zoals je nu doet weinig nieuws gaat opleveren. Ik ben Freek, coach en psycholoog uit Drachten, en al ruim 30 jaar praat ik met mensen over levensvragen, relaties en werkstress. In al die gesprekken heb ik geleerd dat het probleem lang niet altijd alleen zit in wat jij anders zou moeten doen. Daarom kijk ik ook naar wat bij jou ligt, wat er tussen mensen gebeurt en welke omstandigheden invloed blijven houden. Het leven past nu eenmaal zelden netjes in één doosje. Verwacht daarom geen etiket of standaardpraatje. Ik luister, vraag door, leg verbanden en zeg het wanneer ik denk dat iets anders zit dan jij tot nu toe dacht.
Kennismaken begint met een gratis en vrijblijvend gesprek van 60 minuten, in mijn praktijk aan huis in Drachten of online als dat beter past. Vooraf vul je een digitaal kennismakingsformulier in over wat er speelt en wat voor jou belangrijk is. Ik lees vooraf wat je levensvraag is, of waar het in je leven schuurt of vastzit, zodat we tijdens het gesprek meteen kunnen aansluiten. Minstens zo belangrijk is de klik: je ervaart hoe ik luister, doorvraag en reageer en of mijn manier van coachen bij je past. Past jouw levensvraag beter bij iemand anders, dan zeg ik dat. Heb je vooraf een korte vraag, dan bereik je me via de WhatsApp-knop. Vul hieronder je gegevens en levensvraag in en geef aan wanneer je wilt afspreken. Binnen 24 uur neem ik zelf contact met je op en plannen we een afspraak, overdag of ’s avonds en altijd binnen 2 weken.


